* REMY DE GOURMONT, BALZAC EN SAINTE-BEUVE 207
linge metaphoor. Uw geest doorschouwt het verband tusschen al deze schijnbaar-onsamenhangende en van elkaar-verwijderde dingen. Uw oogen staren op een onontwarbaar net.....dat zijn de duizenden draden die de
heele wereld omspannen en alle zaken onderling saam-snoeren. De scheikunde helpt de liefde verklaren; keuken en politiek hebben gemeen schappelijke worteling. Muziek en specerijen blijken verwant aan de wijsbegeerte. Ge onderscheidt al beter en ziet oneindig veel dingen in hun saamhoorigheid. In plaats van in een bekoorlijken tuin met breede paden te wandelen, doolt ge rond in een dicht-donker, maar woest-grootsch reuzen-woud.
Zoo paraphraseert Taine, met woord- en beeldover-stelping en herhalingen welke hij Balzac verwijt, en concludeert:
״Avec 1'esprit, bientót le coeur s'émeut; sous le fourmillement tumultueus de ces idéés regorgeantes, on sent une chaleur qui croit. Ces expressions violentes, ces images ramassées dans 1'hopital et dans le bagne, ces accouplements d ,expressions inouïes, cette ardeur du style étouffé d'idées qu'il ne peut contenir, annoncent un degré de souffrance, d'éffort et de génie qu'on ne trouve point ailleurs". (a. b., p. 92).
XIII
De structuur van Balzac's novellen en romans, is naar mijn gevoel, meestal verbluffend ongeproportion-neerd en onbestemd. Bijna al zijn vertelsels hebben de wanstaltigheid van een waterhoofd op verschrompeld lichaampje. Geweldig-mild opgezet, van fijnste details doorsneden, breekt hij allengs alle stutselen onder het verhaal weg en springt de schrijver onverhoeds over iederen groei, over alle tusschenvormen, evolutie van innerlijk karakter en toestanden heen. Zijn z.g. realisme