202 GP.OOTE FIGUREN
temps, le seul qui ait plongé au fond de notre malaise, le seul qui ait vu d'en haut le déséquilibrement de la France depuis 1789, les moeurs sous les lois, les faits sous les mots, 1'anarchie des intéréts débridés sous 1'ordre apparent, les abus remplacés par les influences, 1'égalité devant la loi annihilée par 1'inégalité devant le juge, enfin le mensonge de ce programme de 89 qui a remplacé le nom par la pièce de cent sous, et fait des marquis des banquiers — rien de plus.
Et c'est un romancier qui s'est apergu de cela". (dl. I, p.209-210).
Balzac is een afgrijselijk slachtoffer van literatuur-critiek, en erger nog van dagbladcritiek en allerlei categorische fratsen geweest. Zijn gering-fascineerende stijl en zijn taal werden onafgebroken op krenkende, op hoonende wijze ontrafeld, uiteengescheurd en afgemaakt. De „Revue de Paris" waagde o.m., in een stormaanval te schrijven, na eerst gezegd te hebben dat de heele „Le Lys dans la Yallée" vuns plagiaat was en grove diefstal van Rousseau's „Confessions", — weer anderen, geheel buiten deze „Revue de Paris", noemden het boek navolging van „René", —:
„Plaigne moi qui a consenti a transcrire, mot a mot, plus de nonsens, plus de prétentieuses extravageances et plus de fautes de francais, que je n'en ai entendu dire et rêver en toute ma vie."
Mets dan laster en smaad ondervond jaren lang, reclamezuchtige Balzac gedwee. Ook nog na zijn dood werd zijn nagedachtenis beleedigd.
Zelfs Prof. Ten Brink verzuchtte indertijd pathetisch: toen Balzac niemand meer hinderde door zijn reusachtige scheppingskracht, door zijn onverwoestelijk arbeidsvermogen, toen begon men in te zien, hoezeer men den genialen man had miskend. Toon van dagblad en tijd