196 GP.OOTE FIGUREN
ware wereld tegenover die der conventie, welke Sainte-Benve juist bekoort. Sainte-Beuve, nog ganschelijk romantisch, wendt zich ironisch van den leelijken mensch af, schoon hij soms tracht onbevooroordeeld te zien. Balzac het éérst begreep, dat in de leelijke vrouw dezelfde verlangens, hunkeringen en hartstocht leven.
״Les laides, les contrefaites, les bossues, les bancales, et comme dit le critique choqué, les clilorotiques et toutes les clientes du médecin specialiste surgissent do ses romans ténébreux. II leur permet la quête du bonheur, aussi bien qu'aux belles physiologi-quement intactes, et, sur ce point, il est plus humain même que Stendhal, qui beaucoup plus que Balzac, cultiva 1'idéal tradi-tionnel". (De Gourmont, ״Prom. lit." V, p. 237).
Stendhal gaf slechts den vreugde-climax van den man; smachtende liefde-motieven (Meistersinger) van den minnaar of calamiteit in het huwelijk. Balzac daarentegen, was een ziener en een bouwer, die de hechtheid van het fundamenteele stelt boven smetteloos materiaal. Een verliéfde vrouw, Madame Claës, leelijk en gebocheld! Sainte-Beuve van 1834, zegt Bemy, kwam er niet overheen. Yan 1834 ? Ik beweer, de pompeuze van 1850 evenmin! Ja, het was een koene daad van Balzac! Hij, de man van het ,stoffelijk realisme", beeldde dieper dan iemand de catholieke barmhartigheid, het prangend-bovennatuurlijke ondanks lichamelijke gebreken van vrouwen, mismakingen die hij wegcijfert in hun liefdeverlangens. Het is heel zuiver gezien van den te vaak ellendig-antisocialen De Gourmont, dat hij Balzac tegen Sainte-Beuve's hooghartige en stompe eenzijdigheid verdedigde in wrangen toorn, en nu eens zónder stijltintelingen.
Balzac is voor Gourmont een groot romanschrijver, maar ook een heftig-impulsieve, ingeschapen-wraakgierige natuur. In 1840 dacht niemand meer aan Sainte-