* REMY DE GOURMONT, BALZAC EN SAINTE-BEUVE 195
Nu het tweede feit, waartegen De Gourmont opkomt en waarin Sainte-Beuve allen dieperen zin mist, verklaart De Gourmont. Sainte-Beuve bespotte vele van Balzae's heldinnen om haar physiologisch wezen. Begrijpehjk, voor iemand met zulk een oneenvoudigen en troebelen aard als Sainte-Beuve, man van zulke innerlijke verwikkelingen.
Balzac liet leelijke vrouwen ook hartstochtelijk liefhebben en gelijke rechten deelen met mooie. Sainte-Beuve legt dat zoo ongeveer uit. Ook dat is weer alles berekening van Balzac. Hij begreep nu een groote vrouwelijke cliënteele te krijgen. O, die bovenaardsche wangunstloosheid van Sainte-Beuve! Want vele vrouwen waren zeer gevleid door te bemerken dat hef de en uiterlijke gebreken niet onvereenigbaar bleken.
Sainte-Beuve spot, galbitter: heden, de vrouw van dertig jaar, morgen die van vijftig, overmorgen de bleek-zuchtigen en de mismaakten.
Yan allerminst allooi, moedwillig en onbegrijpelijk valsch zijn Sainte-Beuve's verdachtmakingen en ook heel stom. Of is dit alles ״vrucht van onafhankelijk onderzoek" (Busken Huet) ? Integendeel, Sainte-Beuve luistert altijd te veel naar wat ״anderen" zeggen. En naar het openlijk of gesmoordgegieromBalzac's stoute zinsspreuk:
״Achever par la plume ce qu'il (Napoleon) a commencé par 1'épée!"
De Gourmont begreep den diepen zin ervan; zwemt plots in den blauwsten aether der lyriek. Verwonderlijk, wijl deze Eemy het tragisch-grandioze in Balzae's scheppingsdrift evenmin voldoende beseft. Evenmin als Metzsche, die Balzac of beleedigde of beschimpte.
Balzac gaf aan de vrouwenschoonheid, verklaart De Gourmont, bijna nimmer een overwegende beteekenis; daarin was hij man-van-de־werkelijkheid. Hij stelt een