182 GP.OOTE FIGUREN
pologisch stelsel in zijn critiek-methode bevestigen. Doch hij deed het met hooge objectiviteit. Sainte-Beuve zelden. En daarom staan wij lijnrecht tegenover de critiek-methode van Sainte-Beuve, die het ignobele detectiven-stelsel van de ziel toepaste op het werk des geestes; een soort van literaire chantage. Deze opvatting heeft niets uitstaande met de 1'art-pour-l'art-theorie, alléén op schoonheid gericht. Neen, ze gaat even hartstochtelijk in op de menschelijkheid van een boek. Ze beveelt echter de menschelijkheid alleen uit de kunstschepping te halen; en niet uit achterafsche beschouwingen over daden en gedragingen en handelingen van den mensch in het gemeenschapsleven. Ook d'Haussonville stelt vast:
״La réponse a ces hautes questions semble expirer sur les lèvres de Sainte-Beuve au moment oü 1'on pourrait croire qu'il va nous la donner. Ce qu'il nous ré véle en réalité ce sont ses procédés d'instruction; quant au code lui-même, il continue a demeurer pour nous lettre close." (״C.-A. Sainte-Beuve", pag. 272).
Als ge mij schijnbaar verschrikken wilt met de vraag: hoe verklaart ge dan de tegenstrijdigheid dat een slecht, inlaag, ingemeen mensch zeer schoon en met schoone taal, de ״teederste roerselen" van een andere ikheid kan beschrijven, terwijl hij in eigen bestaan de inhaligheid of ploertigheid zelve blijkt, dan zeg ik: gij zijt blind, wijl er geen tegenstrijdigheid bestaat. Als deze mensch werkelijk slecht, gemeen, laag, jaloersch, wraakgierig, lasterend, enkel persoonlijke hebzucht en genotzucht is, ervaar het dan in zijn werk. Er bestaat dus geen tegenstelling tusschen arbeid, schepping en mensch. Gij echter stelt vast: nu ja, zijn werk, zijn woorden, nu ja: maar zijn leven zelf is schel het tegenovergestelde.
Dit bewijst, dat ge door leeg en innerlijk-valsch geluid