REMY DE GOURMONT, BALZAG EN SAINTE-BEUVE 175
VII
Ik herhaal, Sainte-Beuve (gemoedelijke Mephisto-kop) wordt in het geschrift van Benoit-Lévy gestraft voor zijn eigen soms verachtelijke en wreed-krenkende critiek-methode, ״la méthode de Sainte-Beuve", ook door Taine zoo zot aanbevolen bij de karakter-ontleding van George Sand (״Derniers essais de critique", p. 126). Ik sta er lijnrecht tegenover. Er is niets verwerpelijkers, dan den mensch en zijn kleinmenschelijke behoeften, eigenschappen, verrichtingen, met den kunstenaar zóó te vervlechten dat wij het kunstwerk uit menschelijke daden en daadjes moeten verklaren. Alleen als heilige en éénige bron, ter beoordeeling van een kunstenaar, een schrijver, blijve zijn werk; niét het bloed van zijn lichaam; maar dat van zijn ziel; niet de kracht van zijn longen, maar de adem van zijn geest. Want alle beoordeelingen van den mensch en diens handelingen, hangen van tallooze karakter-vervalschende factoren af, die geheel buiten de macht onzer psychische controle liggen. Beoordeelingen van den mensch en zijn maatschappelijk leven, geschieden vaak op geheel persoonlijke gronden. Haat, afgunst, nijd, wraakzucht, laster, gekrenktheid, jaloezie, kunnen alle oordeelvellingen of beschouwingen van de daden der menschen vervalschen, vertroebelen; evenzeer als blinde sympathie, ciïtieklooze bewondering en teugellooze overgave. Het werk van den kunstenaar, van den schrijver, den schepper-zelf, is van hem alleen, rechtstreeks uit zijn wezen;, is, of eerlijk of door hemzelf vervalscht, uit zijn hart, uit zijn driften, uit zijn geest en verbeelding, uit al zijn eigenschappen. Vermag hij ons met dit werk, dit woord, die beelding te misleiden, dan zijn wij geen knip voor den neus waard. Want dan onderscheiden wij niet het echte en innigste