174 GP.OOTE FIGUREN
alles en mag niet worden beschouwd als een gevolg van zijn psychopathologische onderzoekingen; want ondanks alle snijdende en kwetsende scherpzinnigheid, zijn ook deze naspeuringen vaak uiterst gebrekkig. (Morin bewondert hem als psychopatholoog zeer). Het meest magistrale verstand verschrompelt tegenover het scheppende en onnoembare zielsvermogen der allergrootsten.
In een heel opmerkelijk geschriftje: ״Sainte-Beuve è, seize ans", van Marie-Louise Pailleron, staat (p. 45):
״ÏTest eirta mIu que 1'inspiration de Sainte-Beuve ne s'élèvera jamais a lai4 tuteur des grands poètes de son temps, il ne sera que LaJciste-, les cöteaux modérés, voila ce qu'il aime".
Ook als criticus ging Sainte-Beuve zelden boven de ״cöteaux modérés" uit. Maar de toppen van een visioenair- en geestelijk Himalaya-gebergte loochenen, omdat ge ze niet ziet, is echt Sainte-Beuv'sch! Wel geloof ik het woord:
״II a tout lu, tout vu, tout jugé. . ."
van Léo Claretie („La Presse sous le Second Empire"). Maar daarom niet alles begrepen, of liever doorleefd.
Het hoonwoord van De Montherlant, toch zoo nijpend en kenschetsend, over de Eranschen:
,,Quant a ce qui est simplement hors du commun, cela parait ridicule. Surtout en France, nation petite-bourgeoise, et qui adore le petit. Dante, Michel-Ange, Shakespeare, Byron, Wagner ont été d'abord jugés ridicules, ici, parceque „bizarres", c'est-è,-dire autre chose que petits-bourgeois".
is ook van toepassing op Saint-Beuve: „eet homme-cerveau". —