162 GP.OOTE FIGUREN
A ce moment, il corrigeait les épreuves du Livre d'amour, il préparait ״une véritable agression inexcusable". (Michaut)".
Hartelooze kerel. Dupuy zeil staat versteld van zulk een levenskilte.
Ook geeft Benoit-Lévy brieven en bewijsstukken, om te doen uitkomen de ״dubbelhartige en huichelachtige figuur die Sainte-Beuve altijd geweest is". Alweer, in verband met zijn benoeming aan de Académie, waarvoor hij Hugo's steun het vragen en verkreeg.
Ook Prof. Faguet wijdt aan de zaak tusschen mevrouw Hugo en Sainte-Beuve een hoofstuk in ״Amours d'hom-mes de lettres". Formeele conclusie: Deze oude fat (Sainte-Beuve), van een ״laideur invraisemblable", wilde zóó gaarne het jongere geslacht doen gelooven dat geen enkele vrouw hem kon weerstaan, dat hij het zélf ook ging gelooven. En dan het vernietigende voor Sainte-Beuve:
״En voila un qui ne goutait pas le plaisir secret, un peu sournois, mais délicat après tout, des souvenirs mystérieux couvées jalouse-ment dans la solitude! II fallait qu'on sut toutes ses petites affaires par lui-même. Et, comme il était devenu assez bassement libertin, il est trés possible, il est trés probable qu'il donnait presque inconsciemment a ses amours de vingt-trois ans le ca-ractère et la couleur de ses amours de cinquante ans!. . . Nous ne saurons jamais jusqu'oü a été la ,,séduction" de Mme Hugo par le trés jeune Sainte-Beuve".
Later hervat Faguet zijn beschouwing, gesteund door nieuwe feiten en materiaal, met bijna tastbare taal, tegen den Monte-Christo der literatuur-critiek.
In Petit de Julleville's Fransche literatuur-geschiedenis (VII,) beoordeelt Prof. Faguet het tijdvak 1850—1900 en daarin ״La critique". Ook in dit opstel (deze prof. vond niét de Babylonische scheppingsmythe uit), vat hij saam en karakteriseert hij Sainte-Beuve'a literair-historischen arbeid; noemt hij hem eerder een belijder