160 GP.OOTE FIGUREN
wel het verzwijgen van amoureuze avonturen had kunnen leeren! Juist in verband met liefde en sympathie voor vrouwen1), had wilszwakke Sainte-Beuve (״II a été un féminin", roept Zola uit), tegenover den levenswrochter Balzac een toontje lager moeten zingen, al stikte ook deze soms van opgeblazen zelfgevoel en al raakte Honoré bedwelmd onder de bekoring van geheimzinnige zielsstemmingen; onder den invloed van zijn ״toute aimée", zijn ״lumière de mes nuits", zijn ״minette chérie", zijn ״chère poulou" en haar violetzwarte oogen.
Zegt Barthou niet over Sainte-Beuve en zijn verhouding tot mevrouw Victor Hugo:
״Je ne juge pas Mme Victor Hugo, je la comdamne moins encore, mais je la plains. Sa faute fut raclictée par une vie de dig-nité, d'abnégation et de sacrifice. Elle fut la victime d'un vilain personnage, dont le talent, je dirai même volontiers le génie, s'accordait avec une rare bassesse d'ame".
Hij erkent zijn genie, zijn stijlgevoel, zijn vormzin, maar stelt mede ״laagheid van ziel" vast.
Ook decoratieve Henry de Régnier, literaire kweepeer, schoon van glans, voos van innerlijk, oordeelt over Sainte-Beuve en noemt hem ״un vilain homme".
Ik verwerp eigenlijk alle persoonlijke critiek op kunstenaars en sta lijnrecht tegenover het funeste beginsel van Sainte-Beuve. Sainte-Beuve beschouwde alléén psychologische of literaire critiek van waarde, als het persoonlijke element van 's menschen individueele gedragingen en karakter-eigenschappen werd ingeschakeld.
In dit verband stel ik verschillende Sainte-Beuve-
1 J Vgl: het boek van Pons! ״Sainte Beuve et ses inconnues", waarvan Zola in zijn studie over den criticus verklaart: ״M. Pons a été un des mombreux secrétaires de S. B., ce qui donne une certaine autorité è ses renseignements. Ce qu il s'est appliqué & dégager, c'est le tempérament amoureux du critique, c'esl le role loul-puissanl joué par la femme dans sa vie". ״Documents Littéraires" 273.