138 GP.OOTE FIGUREN
de lijfspreuk van Sainte-Beuve: modeste, mais digne!1). Hm! Hm! lim! hm!. .. Ma grand-mère était anglaise,... gromt Sainte-Beuve. Hm! hm! En ik ben niet-wél familie (zie ״Port-Boyal" IV, p. 564) van le docteur Janséniste Jacques de Sainte-Beuve. Hm! hm!... Walvischachtige Honoré spoot zijn kleurige fonteinen door de omgekrulde neusgaten. De oogen flikkeren... „De petits yeux, mais trés vifs" (Paul Lacroix). Bescheidenheid en waardigheid, voor de middelmatigen. Met één sanguinischen ruk — tóch geestig gebaar! — ligt de slaapmuts van den gluiperigen harpoenier-moralist op den vloer. Laten wij vaststellen: Sainte-Beuve was soms een slinksche smuiger, een egocentrisch genieter, een stille smuller, omdat hij zelf „1'art culinaire" der causerie door-en-door verstond; dorre rapporten en doode archivaris-gegevens transmuteerde tot boeiende literatuur. Pathetische Engelschen als Mathew Arnold, murmelen dan al gauw iets van kieschheid en fijngevoelig ontzien van personen2). Hoe valsch-puriteinsch en leugenachtig. Sainte-Beuve, met zijn z.g. psychologische critiek, hoonde Balzac op tartend-sarcastische manier, maar zoo schijn-bedaard, zoo digne et modeste, dat niemand hem er eigenlijk zuurom durfde aankijken. Eigoreuse Balzac, diabolische woorden uitblazend enwegstampend3),
1 J Deze uitdrukking bezigde Sainte-Beuve in! Ma biographie, p. 32! ״Souvenirs et indiscrétions": ״Dès ma jeunesse, j'ai toujours compris la critique autrement: modeste mais digne".
2 ) In het groote werk van Frederic Lawton over Balzac, wordt Sainte-Beuve
3 zoo gezien! ״Sainte-Beuve was not an altogether unprejudiced critic of the