REMY DE GOURMONT, BALZAC EN SAINTE-BEUVE 137
(maar ook ״essentieel een poëet", Van Deyssel); Balzac, uitbarster en megalomanisclie toorner, kreet dadelijk, in driftstuip: ik zal dat scribentje met mijn pen doodsteken! Balzac kende de Achilles-pees van Joseph Delorme, het smeekhjk-weeë na-Werthertje, dat zich met zijn tuberkuleuse „Poósies et Penseés" al heel jong den literatuur-dood had ingehoest. Over „Joseph Delorme", dat posthume gewrocht van kranke zelfliefde, heeft Sainte-Beuve gebiecht, in een brief aan Loudierre, van 23 April 1829. Hij verklaart:
„Ce malheirreux livre a eu tout le succès que le pouvais espérer; il a fait crier et irrité d'honnêtes gens beaucoup plus qu'il ne m'eut paru croyable: — Mme de Broglie a daigné trouver que c'était immoral; — M. Guizot, que c'était du Werther jacobin et carabin. — II y a eu la-dessus scission et débats au Globe: Leroux, Jouffroy, Damiron, Lerminier, Magnin, d'une part; et de 1'autre, MM. Vitet, Desclozeaux, Duvergier, Duchatel, de Rérausat. N'est-ce pas gloirieux et amusant?" (p. 178: Lettres de Jeunesse in „Souvenirs et indiscretions").
Balzac kende de zwakke plek van het grienerige, griezelige Byron-manneken-pies; van den weeken, huile-rigen drenzer Joseph Delorme, van Sainte-Beuve, „le célibataire révolutionnaire" (De Goncourt), dén vroegeren romanticus, die in dolle eerzucht, tijdens zijn borstkwaal, hart-aandoening en teringachtige longen, voor geweldig verbeeldings-genie wou doorgaan. Omdat hij op het CoUège Bourbon met den eersten prijs voor Latijnsche verzen ging strijken? Het mocht wat. Onze jeugdige Hugo de Groot verrichtte op achtjarigen leeftijd al geleerder Latijnsch-elegische kunststukjes. Balzac kende
10