136 GP.OOTE FIGUREN
nocli van zijn hyperaesthesieën1). Want het door-en־door kwasterige van zulke eritische zelfzuchtigen, was en is hun vermeende onbegoochelbaarheid en onvatbaarheid voor levensillusies, voor groot-menschelijke tragiek, waarmee zij het ij dele air aannemen van de meest ont-roeringlooze schepselen ter wereld te zijn. Een vuns en vaporeus spel en een voos snobisme van de hoovaardige ziel, die eigen afhankelijkheid van het Al-bestaande niet beseft. Maar in deze studie zien wij spitszinnigen De Gourmont als scheidsrechter tusschen den worstelaar Balzac en den stiekemen pootjesdraaier Sainte-Beuve. Balzac en Sainte-Beuve waren vijanden. Vijanden? Nu ja, vriendschappelijke vijanden, of vijandelijke vrienden; zooals het literaire Sanhedrin dat uitlegt. Dr. Morin, in zijn penetrant, pas verschenen boek over Sainte-Beuve, noemt Balzac zelf ״mortel ennemi de Sainte-Beuve" (p. 240). Sainte-Beuve, eenmaal los van de zwoel-roman-tische school, door wier aanhangers uit het malle Cénacle-kringetje de ״Volupté"- en ״Poésies"-createur zich vroeger met lof had laten bekwijlen, (let wel, als gróót dichter, terwijl „enfoncez Racine" geroepen werd), schreef vaak op bijtend-scherpen, soms minachtelijken toon over Balzac2). Balzac, de gargantuellische lacher
1 ) Lanson merkt in zijn „Histoire de la littérature frangaise" II, p. 396 op! „Remy de Gourmont est un curieux, pénétrant et paradoxal esprit, un esprit vaste, agile, incapable de s'ajuster aux cadres d'une orthodoxie ou d'un parti et trés fler de sa liberté, qui est réelle, quoique peut-être moins compléte qu'il ne croit".
2 ) Maar sprak ook wel in groote woede, behalve van Michelet, Musset (de eenige die hem in het Génacle-kransje waagde te bespotten), Cousin, Villemain, Hugo, ook over Flaubert. Zie de Goncourt: „Journal" II, p. 70: „Nous trouvons Sainte-Beuve, je ne sais pourquoi, exaspéré contre Salammbó, et furibond et écumant & petites phrases: „D'abord c'est illisible...", kreet hij.
Sainte-Beuve's fel-afbrekende critiek op „Salammbö" bepaalt mede zijn plaats als door en door burgerlijk beoordeelaar. Tegen het vonnis kreet Flaubert zijn scherp protest. Hoezeer Sainte-Beuve kon haten, deze man, modeste mais digne, vertellen ons alweer de Goncourt's. Zij spreken over Marie Antoinette