OVER FRANCISGUS VAN ASSISI 131
mata bij de ״dienstmeid" Catharina Emmerïeh niet hysterische zinsbegoochehngen gescholden? Wij spreken maar zinnebeeldig, heel uit de verte van „ons", om te doen gevoelen dat wij eigen geluksleven niet kunnen afknakken van geluksleven der gansche menschheid. Ook ״wij moeten leeren strijden, in zelfverzakende en dienende liefde, zonder tot ataraxie van den Stoïschen en Stoï-cijnschen Epictetus, of van Pyrrho, lamlendig en onbeweeglijk, terug te zinken. Ook wij streven naar onthulling van den innerlijken zin in het woord: „Hef uw oogen en zie van de plaats waar gij zijt".
Eranciscus, de Minderbroeder, staat er geschreven, streed niet voor eigen zaligheid, voor vrede van eigen ziel, maar voor behoud van anderen in de allereerste plaats. Het minst bewust voor roem eener Kerkgeschiedenis. Want die behoort ook tot de begrensdheid, tot de wereld, dat is tot „de menschheid n4 den zondeval". Eranciscus' leven is even tragisch als verheven geweest; even smartelijk door zijn lijden als heilig-jubelend door zijn extasen. Maar Vader der nationale mystiek, gelijk Schnürer hem doopte, —was hij. Is het geen allerwreedste ironie van het lot, dat nu de sterfdag van een wereldbroederschap-begeerenden S'int Franciscus door een Mussolini tot nationalen feestdag werd uitgeroepen?
Zullen de menschen dan altijd wéér in „duisternis wandelen?"