126 GP.OOTE FIGUREN
Assisi, in niets meer aan de materie hangen blijft. Als ge dus los zijt van aardsch bezit, van eer en faam; als ge dus meejubelt met Franeiscus' wel of niet vrij apostelgenootschap1), met de ״Dei joculatores" en Poverello's bovenmenschelijke levensvreugde innerlijk ook hóórt, laat het u dan, in geprikkeld wantrouwen, niet meer onrustig beroeren dat het proletariaat (de onteigenden, de schepselen die zich ieder uur, iederen dag van hun arbeids-voordeelen beroofd zien) een andere maatschappij gaat verwezenlijken. De arbeiders willen niet meer het persoonlijk bezit, dat een tragische misvorming van iéder menschengeluk meebrengt. Zij willen het collectivisme en daarin de aardsche en hemelsche vreugden voor alle menschen, ook al behoudt gij uw vlammenrood banier waarop het kruis tusschen zeven flonkerende sterren straalt; en al verheerlijkt gij het woord van Emile Gebhart over Franeiscus, in zijn boek „L'Italie mystique": „L'Italie n'avait jamais écouté un apötre plus consolant". De arbeiders willen meer dan troost; zij willen het oud-communistisch ideaal weer tot historische werkelijkheid maken en de geld-gemeenschap opheffen. Zij willen een nieuwe Samenleving en in die nieuwe gemeenschap zullen de vrije menschen gaan, misschien, tot openbaringen, tot mystiek, misschien tot uw „onveranderlijke" heilswaarheden en tot uw God2).
1 J Mandonnet meent, met Sabatier, dat Franeiscus voor alles een wereldbroederschap en geen afgesloten kring van zielezangers en missionarissen zou hebben gewild. Götz en Imie gelooven dat Franeiscus wel de geheele wereld van zijn idealen wou doordringen, doch juist voor dit evangelisatie-werk een apostolische elite-groep wenschte bijeen te brengen. Vgl pag. 58, Imle: ,,Aus den Berichten glaubwürdiger Zeitgenossen, wie des Kardinals Vitry, sowie aus Franzens eigener Lebenspraxis, seinen Handlungen und Schriften geht hervor, dasz er in getreuer Nachahmung des Heilands eine Jünger-gemeinschaft um sich gebildet hatte".
2 ') Ooi; fot. Franciscus'. vreugdegevoe!.