Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



En juist die kracht voelde ie nu als noodig, om zich niet alleen te te laten slaan door de smart van 't lijên, maar meer nog óp te leven in de vreugde van overwinning. O! wat voelde ie hier in die scherpe lucht, in die frissche ruimte, hoe z'n heldgevoel nog in 'm brandde; hoe zag ie 't in 'm gaan naar 't werkelijke leven, waar nu voor gevochten moest worden met alle krachten van geest en lichaam! — Verrukking, breeë, goddelijke verrukking vloeide in 'm, voelend 't vreugdegeklop in heel z'n lijf, om te strijên voor dat mensch-streven, om hoog te heffen dat ideaal, dat diep in al de lagen van maatschappelijk leven moest geplant worden, van 't laagste op, om eindelijk eens wat kalme, echte vreugd^ te brengen aan al die snikkende, versomberde of dol-lollige wroeters in 't grauw van dagrampen, om ze toch zoo diep te laten voelen dat er menschen zijn, denkende en handelende krachten onder 'n heele wereld van onbekende gezichten, die toch met hun meeleven, met hun meeweenen; die voor ze vechten willen met opoffering van eigen kalme geluksrust, met heerlijke hitte en zielswarmte, altijd zich maar uitstortend, al kost 't hun 't leven, écht hun leven; om ze op te stooten uit hun eigen versuffing; hen of hun kinderen.

Want hoe had ie 't niet hooren huilen in die borsten, met 'n vloek, — als de armsten 'm vertelden dat zij die de slechtste schuitjes hadden, of niet handig genoeg voorsprongen als 'r iemand aankwam, of niet in zeurtoon genoeg konden meetronen, en zóó, in dien verdierlijkten strijd om 'n broodje niet veel wisten te halen, — hoe had ie 't niet hooren huilen dat hun wijven er wat bij moesten verdienen, ״al legge ze d'r eige maar op haarlie rug voor de huisbaas." — O! dat schreeuwde in 'm, dat scheurde in 't donkerste van z'n ziels-wanhoop met wilde smart. Nee! daar kon ie niet gewoon overheen; dat kon ie niet nuchter zien, niet gewoontjes noodzakelijk, al werd 't schijn-koeltjes door hun gezegd, emotieloos-knorrig-strak. In hem bracht 't smart en wilde woede. Want hij wist dat 'r veel zoo waren, hij wist 't. En al zou zelfs maar één enkele vrouw zóó zich moeten geven, om af te betalen schuld van wonen, dan kwam de vloek op 't hoofd van dat tuig, dat ze op levensnood betrapte, dat zich in hun betaalangst werkte en ze afperste 'n vuile laagheid, die ze tot verschoppelingen maakt, tot half-verrotte wezens, verhoerd en verminkt, tot ze op zichzelf kotsen, uit woede-schaamte voor hun mannen en kinderen. Drift doorbruiste Hein, drift, niet te temmen woede, nu ie wist dat er waren die bij hun doodwerken, in eigen gezin en als werkvrouw bij anderen, nóg half verrekten van honger, of op straat stonden als ze dat niet deën. — En langzaam was ie opgeloopen naar 't wittig-berijpte rangeerterrein, om kou te voelen tegen z'n warm hoofd, frissche lucht-golven in z'n borstdiepte. 't Terrein bonkte óp in z'n sneeuwige plekken, met koolzwart gevlek ertusschen. Er achter nu zag ie de stadshuizen en torens in zacht vonkend zongetintel van dalend goud-rood, met de tintel-fel-groene koepelkerk, wonder-hevig-groen in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.