Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



88

Maar kramp-zenuw-knellender haakte Jantje zich vast en telkens weer wipten de kerels 'm op, in gloei-opwinding voelend heviger zenuwstroom, doorspartelend z'n karkasje, dat terugkromp, knakte, trapte, kronkelde sterker dan ze dachten. Dan inééns richtten z'm op, al hooger, tegen Mie's rukken in, die in hoog gekuit, wijdheu-piger, plooi-wit van strakke onderbroek, paard-dijïg, glad-breed van gatlijnen, uit d'r rokken slankte, in plotsen omdraai, meeslijderend uit den hoek getrokken, onder gekrijsch, gilgelach, in wilde grab-bel-stooten neerrukkend haar kleeren. Schatergelach en stemmengespot omgierde 't worstelgroepje. Van alle kanten holden aan kijkers, om Mie in d'r onderbroek en dwergje in z'n angst te zien. Hein was naar beneden gehold in drift, woedend op alles. Beel en Hense, die uitdraaiden, hadden nu, door porren en giftvloeken van Mie, die zag dat ze Jantje opzettelijk niet stevig genoeg aanpakten, knellender z'n polsen en beenen omsnoerd en 'm hoog weer opge-vischt; maar juist dan, als Mie zelf hard duwde tegen waterhoofd met twee handen, en onbeschermd d'r rokken statig de hoogte voelde ingaan.

— Laat jelui'm dan los!. .. fhuile flikkers! — gilde ze, in barst-woede dwerg heviger meppend met tang en doppen op z'n knuistjes, die, bloederig-gezwollen, als in krampverstijving verklauwden.

— Kèn nie, Mie! . .. ha, ha! ... eers se fratje!.. . hou jij se beene! ... help daèn!... ga d'r daèn op sitte, sal ik se fratje d'r uit hale !...

Weer'n ruk-öphaal, onverwacht, en hooger onderbroekte Mie nu uit al haar rokken. Woedender, in wilde schaamte, gesloopt door onmacht, gilde ze in scheid-woede naar 't dwergje, dat kromp aan d'r voeten, met paars-rooien waterkop, spogschuimend, nauw tegen 'r opslijderde, hijg-gevangen door polsknelling van Beel en beengreep van Hense.

— Haal je stinkpik d'r dann uit! ... se doene je ommirs niks, lamstraal!... laa me los! . . . ik smoor!

Toen woedend, gréép ze verduwde beentjes van dwerg-stakker, door Hense naar 'r toegedrongen, snel erop neerploffend, zich losscheurend heviger uit rokkenwrong, met 'r handen haar rommel in wanhoopsnik uit woeste angstklauwtjes trekkend. Eindelijk had ze zich uit één klauwtje losgescheurd, dat nu, beverig gezwollen, gegrepen werd door Beel. Heeter nijdigde ze tegen den dwerg, dien ze wel kon stuk hakken van venijn, omdat ie zich zoo-maar aan haar geklampt had.

—• Hier lamstrale!... hale jullie nou maar se klos d'r uit en furt d'r mee! — stik-woedde ze, schud-dansend op Jantjes beenen, die stuip-trilden onder haar achterste.

Hense, nu met vrije handen, had Jantjes broek opengemaakt, maar plots zonk tegenstuipend lijfje van dwergje in, dat öp was van worstelspanning en angst. Eén klauwtje dat nog in rokkengreep haakte, ontkrampte, liet beef-hakerig los, en juich-gillend, als blonde furie, ׳met verwilderd losgerukt haar, gift-oogen en boezemgehijg,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.