Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



77

Bedaard, hoestend soms, zat'n joodsche looper op de verstelbank aan 'n leeg־e plaats tusschen wol kin g van pitten uit 'n pannetje overgebleven soep te slobberen, die al 'n dag stond te verzuren.

— Wat vreet je ?... zoep van Herrie ?... mit je loodpoote d'rin... je krijg nog de vergeewing in je darreme, — ernstte van Nier, kuch-schokkend.

—■ Nèèè ... va Moos... ikke eeht doch althóós an ne sèmor-regens zoep van anne senavens, — chlemielde de looper, door-slurpend onder opzuiging van dampstank, in bedaarde uithoesting en afveging van zweetgezicht; — as ik dooth mot... dan maar dooth . . .

— Kazjeweel is ie!... Is 't dan nóu semorregens, pettig? — ernstte voort van Nier, klok-slikkend slobber-lang uit 'n melkkan van z'n molenkast.

Uit de gang kwam instormen slijper Sijts, achter 'n mageren potjongen die hevig op de brug stond te hoesten. Door bruin gewolk heenhollend, rukte ie 'm bij z'n kielkraag, schreeuwend dat ie de plee had bevuild.

—■ Luisige schijthuis!... hê je godverdomme de sleutel van de bestekamer bij de machinist gegannift!... wie hèt jou geseit, sodeflikker, da je d'r op schijte ken!... hè?!..

Hevig heen en weer rammelde ie den jongen, die onthutst, toch brutaal zich wegwringend, met elleboogboffen slagen op z'n achterhoofd afketste.

— Hij hèt in 't slot gestoke!... ik hèt 'm nie geganneft.

— Dat lieg je, luisige schurf kop!... dat lieg je!... voorwat hei je nie op jelui eige sekreet gekakt?

Klap-bonkend op achterkop, in nekophijsching, schudde ie den jongen heviger, telkens één hand viezig afvegend aan de leuning, als ie bij ongeluk op klierbulten van 'm raakte meer naar voren, die bloederig-melaatsch, in afzichtelijk-etterende klierzweertjes, tot bij den neus doorvraten.

— D'r was geen plaös! — brutaalde ie driftig, — 't heele sekreet dreef mit drolle!

— Hou je kop dicht schurfneus, of 'k laa se je opvrete!... rot-reet!

■— Tóch was d'r geen plaös! — nijdigde ie door, met ellebogen

achter nek gestompt, — Piet hèt op de bril gestaón, en i k mos soo èrrig.

— Mot je maar op de bril gaan sitte, al krijg je reetkramp, sekreet!... je weet toch da je op óns bestekamer nie mag, mieter-kop!... ons sekreet da sluit je nou af, god-sal-me-lasere!... voorwat betale we anders, hè! ?... wou jij jou rotsaakie op ons bril uitschijte!... je moer op 'n hort!... flapdrol!

Heftiger mepte ie weer den jongen op z'n achterkop, die juist, jeuk-scherp, met zwart-nagelige, gekromde vingertjes stond te grabbelen in bloederig geklier, dat afdroop langs neus en mond, waaronder weer spruw-uitslag etterig kleef-spikkelde tot onder kin.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.