Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



175

vervloekt, ze doen 't toch!... Opgedronge, zonder dat ze 't begrepe, heb ik ze niet... maar mit hun eige hersens hebbe ze gesnapt waarom ze met vuur, met alle kracht in hun lijf moete strije voor de achturendag... dat ze wat kenne leere... wat kenne léve, en toch genoeg verdiene om niet in dat pesthol hier tot an haarlie end gaar gekookt te worde!

— Alles in de luch! — riep van bezij de roosjesslijper, die nu ook z'n tangen omgelegd had, gaat me bowe me hoet!... zeker loope we godverdomme nie genog leeg deur al die werkelooshijth!... en nou as d'r werk is, motte we stoppe!... me vrou zal me liet hebbe... ze zal vrage...

— De spijker op de kop Kiehl! — riep 'n slijper twee molens van 'm af, onder raasgestamp en machiengesnik, — wat hebbe we mit al dat gesodemieter van noodig!... werke!... werke!... verdiene !... al die soessa!... lap an je reet!... cènte, cente!

— Dat is duidelijke taal! schreeuwde Hein terug, woedend om de rauw uitbarstende hebzucht van den slijper, zich naar 'm omdraaiend, — daar he-je nou zoo'n vuillak, die niks anders weet dan vréte, zuipe en sappele!... dat is nou 'n fijn lid!... verblind door cente... dóórwerke niewaar ?... as je maar verdient!... wat kan jou de heele santepetie schele!... of 'r naast je wel of niet verdiend wordt!... of 'r naast je gesappeld wordt!... of ze zich doodmiere op zoo'n rotfabriek onder schreeuwschorem, uitvaagsel!...

Hein kon niet verder; verhit en verbroeid van z'n gloeipitten, omwasemd van rotstank, die neersloeg op z'n keel, doorzoog de atmosfeer, voelde ie zich stikken van opgelaaide woede en smart om hun-dier-zijn-en-blijven.

— Barst de bobbert!... kijk ereis an wat 'n piet!... wat ê me■ héér!... sou je nie swere da se n'm op de Keisergracht gewiegd hebbe ?... wat ê larie!... til je hempie op en laa je sweet op je eigenste bast ruike!

Hein was weer kalm geworden; hij voelde zichzelf mal om z'n opstuiven. Wat konden z ij 't eigenlijk helpen dat ze zoo verdierlijkt waren; hun hebzucht, hun verdierlijking was ingeboren door zwijn-omgeving... Wat leerden ze ?... wat was hun onderwijs ?... wanneer konden ze lust, vrijen lust krijgen in 't natuurleven, en boeken ?... verdierlijkte paria's... Als kind van school... dan al afgebeuld, geknakt, vertrapt, verzwijnd... Wat moest ie giftig zijn tegen kerels die spotten, spogen, braakten, omdat ze niets kenden waarvoor ze iets dieps, opheffends voelden ?... Wat konden ze doen om zich tegen alle soort zorgen te verzetten ?... zwak gemaakte karakters... zorgen door leegloopen, ziekten en kinderen... zorgen die ze striemden, verhitten, opzwiepten... Nee, hij zou ze niet meer schelden... hij zou wel beuken op hun lamlendigheid, hameren op hun hebzucht, onderkruiperij, gatlikkerij, op hun beestachtigheden, verdringing en smoring van 'n stem die van andere dingen sprak als waarvan zij wilden hooren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.