Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



159

ZEVENDE HOOFDSTUK.

Fel broei-blakerde middagzon op flikkerlichtend geruit van achter-fabriek, lichtdamp neerstootend en verkaatsend op groen-zwart, slooterig pad-grachtje, waarin werkromp stond, stink-drabbig omwald. Giftig zongegloei in vooruitloopenden zomerbrand, loomde hitteval neer van 'n einde-Aprildag, verzengend in gil-stralen groezel-morsig venstergepost en raampjes, als vlam gevatte stuifmeelwolken uit sparren-appels in blonden warreldamp, tusschen te smalle gordijntjes doorschietend, die lapten, stof-vuil bestoven, plooi-scheef plakkend tegen goor-sombere gevangenisvensters aan. Hier en daar fladderden ze zwabber roetig, met zwarte smeersel-punt, op dof uithittend zink van verstelbank. Overal, tegen de hooge hokkige ruitvakjes, in hoeken boven en beneden, sliertten gore krantbrokken, met schemerig geregel van letters, staand en liggend, grauw uitkleurend vergeeld, door zonnelaai verperkament, kaal-lappig afhangend naar alle kanten.

Naast Hein, die opgedrukt zat, door breedrug achter 'm van bulligen slijper, tegen zinkrand van verstelbank, stonden twee kerels te rumoeren om hinderend lichtgegloei, dat doorschoot op hun molen, schijf en koppen omspattend; verblindend-splinterend straalgepiek van goudschijn, broei-nijdig ze zettend in heeter zweetpaffing onder zwaar sappelwerk. Kraaij had al stukken krant, in 't wild maar, in gift door vertraging, tegen 'n hoekruit gedrukt, met spog klodders tegen stopverfreet, maar de plek waar gril-straal van hoog lichtgespat heet doorschoot, in wilden warreldamp, kon ie maar niet raken. Woedender, met grimgezicht loerend over z'n bril heen, was ie weer op verstelbank gesprongen. Onder dollend gedring, geschreeuw en en trek-rukken van verstellers aan z'n beenen, gaf ie lukraak giftige meppen aan 't gordijn, schurend sar-scherp langs koordjeswarrel, al maar trekkend naar zijn molenkant toe, waardoor nu blootschoot breeër zongelaai op molenspul van Sijts. Dreig-barstend van woede scheeuwgiftte die, gloei-geraakt door lichstroom, dat ie 'm blind maakte, dat ie den heelen boel zou neersodemietere, of 'm hard-stikke dood zou slaan als ie niet met z'n poote van 't gordijn afbleef. — Kraaij's meppige gordijnrukken hadden ook twee verstellers pal in zonnelaai gezet, die dol van oogenblind hun doppen op de zinkbank neerkwakten, oogknippend tegen feilen lichtstroom, pijn-schreeuwend, zonder in 't eerst iets te kunnen terug doen, met handen als afdakje aan 't voorhoofd gedrukt oploerend naar ruitenbrand.

— Seg pes-straöl, la staon!.... blijf d'r van af mit je sodemieter!... wat hei je d'r an noodig! — gilde achter Hein, omleggend z'n tangen, weer 'n andere slijper lichtelijk geschroeid door speelstraal op linkerwang en kruin, in woede zich omdraaiend naar 't raam om gordijn * weer terug te trekken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.