Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



155

insluiting van z'n bestaan-nu-nog-in-smart, wegdeining in eigen na-martelingen van persoonsleed, zalig kerven in individueele droefnis. Want zonder z'n gevoel voor 't betere gemeenschapsleven, zou ie ook haar niet eens gekend, en zij hèm niet begrepen hebben. Z'n volle levenskracht zou nooit terugkeeren, nooit: daarvoor sloeg alles te diep in, had ie lief gehad 'n vrouw, hij met z'n angstig getob, met z'n bleuheid zooals er geen tweede kon zijn... voor hêm. Die kracht kon niet terugkomen, omdat ie stappen moest over rauwe, rauwe, zwarte, hevige, pijn-smeekende smart, die niet te temperen viel, nu niet, nooit niet. — En toch zou z'n persoonlijke teistering, één lijden onder millioenen lijdensgestalten van anderen óm hem, niet z'n verder bestaan beheerschen. Mocht ie, omdat z'n innigste, diepste, zacht ingehouên verlangens niet waren ontbloeid onder haar droomoogen, verhooging van vast te houên geluk voor anderen uit zich bannen? Mocht ie, omdat 't leven niet gegaan was langs 'n lijn die hij had willen trekken, zich terug-smakken in smartvertroeteling, in uitputtend gegrien, in zelfmarte-lend gemor?

O! geen sterveling zou ooit voelen, navoelen, hoe hevig z'n ziel gestriemd, hoe ontzettend z'n hart bloeden bleef door haar dood. Maar toch zou ie weer opleven. Want als dat lijên in hem zóó was, hoe hevig, ontzettend, rauw en teisterend zou 't niet slaan, bloeden en knagen bij al die proletariërs, die verliezen hun liefsten onder honger, onder marteldood van zorgen, onder langzamen moord van werkuitputting, in gasthuizen, op fabrieken, bij alle ongelukken en droefnissen ? O! hoe ging daar 't moordend gekruip, afgebeul en gemartel van die klasse, zijn klasse, in 't duister van haar bestaan ? Hoeveel smartgestalten verschenen daar niet, op den dag, in den nacht, 's avonds, 's morgens, altijd, altijd ? Hoeveel leed werd daar niet uitgegriend, uitgerocheld, onder dolle vloeken, of klaag-loos, stil, zielsverterend, lichaambrekend, doodknagend leed; hoeveel rouw_van lievenden die elkaar pas hebben, van moeders, vaders, kinderen?(jHoe ging nu zijn smart hem hier voor, bij 'tdoortasten van 't hevigste, snakkende verdriet daar in die kringen waar geen woorden zijn, geen tranen, geen geld; waar de diepste wroeging, de knagendste leefpijn uitgebraakt wordt soms in vloektonen, in giftige, platte, wezenlooze razernijen, in giftlucht van drank, in dierzwijmel bij troepen, maar waaronder hevig, heilig geleën wordt; waartusschen smart en wroeging wringen in stuiptrekking van 'n schrijn-pijnlijk bewustzijn; waar klachten terugstommen achter muur-graven en luchtgaten; waar elke stap leed is, zorg, vernieling van leven, ziel, rust; neertrapping, versombering van bestaan^ £Nu jong-oud, bitterlijk geslagen, ging ie voelen dat 't groote^ eeuwige leven zijn eigen, onafwendbaren gang had, buiten alle verlangens van menschen om, en dat 't volgen daarvan, hoe wankel-stappend ook in 't begin, alleen leefiust en kracht liet behouên. Nu zag ie klaar dat er enkelen onbegrijpelijk fel geslagen werden,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.