Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



in wild-woeste krenkingen van al wat om en met 'm geleefd had... Maar in alles nu lag weerschijn van haar lach-droefnis, haar teêre, godlijk-stille rust, zooals ie 'r gezien had op 'r doodsbed... toen ie z'n bruid op leefloozen glimlach-mond den eersten zoen gegeven had.. .[En als ie nu weer wou dringen uit z'n verpletterde weemoed-smart 't visioen van dat droef goddelijke gezichtje, die half gesloten oogen, dien lichtval waarin ze omweven was, als ie 'r op wou wekken uit dien langen, stil-strakken droef-lach-sluimer, dan ging ie maar lezen,... om te hooren haar levende stem,... te zien op'm afkomen haar heerlijk lijf,... te zien lachen die goddelijke oogen, met die streeling in 'r kijk, dat oogen-inhakende aangestaar en dan ineens weer dat wegdwalen en verdroomen van alles wat voor 'r stond, om voor 'm te zien uitwaaieren die vlugge, schattige gebaartjes. Maar weg was 't omjubelen van lichte, prikkelende opgewektheid, ... die diepe levensdrang om goed en groot te zijn, die ie in zich voelde openbarsten als z ij 'm toesprak, toelachte met haar glanzende, gloeiende innigheid op 'r gezicht,... dat mooie, heerlijke gezicht, waar ie wel eeuwig op kon blijven kijken.J

Vlak voor z'n raampje nu zat ie weer, neerstarend vaag in 't schemergeschim van de achteruitkrotten. Op 'n donker, in 'n hoek weggetrapt plaatsje, beneden-achter, hoorde ie nog den blinde, door 't vale geduister heen, kreunsleepend, toongedempt uitzuchten z'n harmonikadeun,... heenorgelend nu geheimvoller door de grauwe stilte, klagelijk-zacht, in versmeltend-schuchtere toon-zuchten schreiende harmonietjes... Zang-zacht bleef weenen en ruischen stille ademhaling van 't verdroefde instrument door verstild slop-schemergrauw ... O! wat weenden die tonen mee, gerekt, uitgehaald in dat kreunende, kermende rhytme, volschreiend de krotjes... Daar stond ze weer voor 'm... in den hoek van z'n hokje... z'n Eva... haar heerlijk gezichtje... haar droomoogen, met erin die fluweel-streeling, ... dat ranke lijf,... die zachte lieve gebaartjes, dat vlug-zekere, dat licht zwevende dat 'm altijd zoo pakte... Zij, die vrouw, had ook hèm lief gehad____hèm. —

Heviger snikte z'n neergeslagen, kruipende weemoedsmart, onzeglijk diep van ontroering, van knagende schrijning, van alles öm 'm

leeggravend leed, in spraakloosheid van verstomming.....En nu____

gedragen zoo vreemd werd z'n rouw op die bevende, schuchtere samenklanken... droefnis uit zangerige harmonika, die doorweende klagelijk, diep, diep ontroerend, met hooge en lage streel-smachtende toon-teederheid, verzuchtend in lichte klankstootjes, of uitkermend breed luchtgehaal, roerend schoon, dóórweenend al snikkender achter grauw, schriklijk slopschemergrauw... Stil nu, in verstommende smart, als in 'n zwarte ontzettingslucht bleef ie droef-staren z'n raampje uit zonder te zien, ademend in koorts, in snikkend gesmeek aan 't leven hèm te laten doodgaan, vèr van alles; vlak, vlak bij haar.

En dóór nu weende in zuchtende droefnis 't verborgen instrument

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.