Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



150

kringetjes insluit, zonder om te kijken met oogen van oprechte sympathie naar andere wezens, die toch juist, naast hun vreeselijke ontberingen, groote innigheid en liefde noodig hebben. Maar toch zijn er dingen waar over ik geheel anders denk of heel andere gevoelens van heb dan jij. Zoo moet je me den tijd laten om alles goed in te zien. Ik kan maar zóó niet stappen over allerhande bezwaren, die door mijn opvoeding, (??) mijn zinnelooze omgeving om mij heen gestapeld zijn, en mij beletten vrij en ruim uit de borst te roepen: ik behoor voor altijd bij de jouen. Ik begrijp en voel jullie strijd, ik tob en worstel en weet niet of ik heilig en oprecht dat kan loslaten wat ik zoo schoon en heerlijk vind in de natuur en in de kunst.

Je weet niet, Hein, in welk soort verrukking ik een groot deel van mijn eenzaam leven heb doorgebracht met die kunst, die mij zoo dierbaar is. Ik k a n je niet zeggen welk leed en welke vreugde ik heb doorleefd voor schilderstukken van mannen, wier naam je wellicht nooit gehoord hebt, maar die in m ij n ziel één groote en lichte ruime plaats hebben ingenomen. Werken van mijmeraars, van dichters, van heftige groote karakters in muziek. Verrukkelijke werken van schilders, landschappen, koppen, kinderen, groote composities, met het heele leven er op uitgebeeld, o Hein! van alles, van alles. En zelfweet ik nu, dat die uitingen jou heel weinig zeggen zullen, maar m ij n zielsleven hebben ze beheerscht en beheerschen ze nog voor een groot gedeelte. Wellicht dat mij later nog eens heel klaar wordt of ook zulk genot alleen kan doorleefd worden door lieden van onze klasse, en w ij het zintuig missen, om dieper, althans zóó op het leven in te gaan als jij en de jouen. En toch Hein, ik heb 'n stille en peinzende natuur, en geloof niet, dat ik gemakkelijk tot die overtuiging te brengen zal zijn. Nu kan ik me al levendig voorstellen wat jij antwoorden zult. Het zal daar op neerkomen: Onze strijd is aan rijkdom en diepte van aandoeningen veel grootscher en verhevener dan alle schilderijen bij elkaar van wien ook kunnen opwekken. Want ook wij erkennen de schoonheid, strijden voor hoogmen-schelijke idealen, maar in deze maatschappij moet allereerst gevochten worden voor Recht, voor menschelijk leven. En verder zul je zeggen, dat mijn klasse-egoïsme aan mij vastgegroeid is, waar ik mij, alleen ten koste van eigen geestelijk levensgevaar, van los maken kan . . . Niet Hein? dat of zoo iets wil je zeggen. Maar ook daar zal ik nog veel op te antwoorden hebben. Want als ik me overgeef aan dien strijd, moet ik mee kunnen strijden; niet alleen zeggen: jelui hebt gelijk, strijd maar, spreek maar, en in stilte toch maar aan m ij n werk blijven. Niet Hein ? Dat nu juist moet ik voor mezelf nog veel zekerder uitwerken; daarvoor moet ik ook veel meer weten van het socialisme. O! je weet niet wat een toer het voor mij is, om daar nog in te komen . . . Och, lieve Hein, als je eens goed wist hoe weinig onze klasse er van weet en ik zelf in niets uitgezonderd. — lk bedoel van de geschiedenis, den wèrkelijken maatschappelijken groei. Dat allemaal houdt tegen. — Maar nu — wat ben ik afgedwaald — nog een verklaring, een persoonlijk iets. Zie, onder het schrijven je niet aanziend, voel ik me inééns sterk het je ronduit te zeggen. — Ik wou op onze eerste wandeling inderdaad niet herkend worden; ten eerste omdat ik werkelijk weinig van je wist, en je niet flauw vermoeden kunt, zoo we in niets bij elkander hadden gepast, in hoeveel allerellendigste en platte verwikkelingen ik gekomen zou zijn als men m ij met jou gezien had. Maar de hoofdreden is toch dit. Toen ik bemerkte hoe sympathiek je mij was, had ik het besluit genomen eenige jaren voor je te zorgen, met je om te gaan, maar niet openlijk. Ik zou dan gelegenheid hebben jou beter te leeren kennen en jou de gelegenheid geven het mij te doen. Nu zou, bij een openlijk optreden van mijn kant, omdat ik nog niet mondig ben, mijn vader zich met hand en tand verzetten tegen een intiemen, zelfs vriendschappelijken omgang tusschen ons, als ie niet tot heel andere uitersten zou overgaan. Ik zou op een of andere wijze, zoolang hij mij zijn maatschappelijk overwicht kan laten voelen, moeten gehoorzamen, we zouden elkander niet meer zien en nog veel minder bereiken, dan met schuilevinkje een poosje. Ja Hein, je ziet, dat ik met platte en berekende overwegingen te werk ben gegaan. Maar veroordeel nog niet, want er komen zooveel dingen bij, die het duidelijker maken, of althans toegeeflijker je er voor zullen stemmen. Je moet weten dat ik zeer, zeer veel van mijn moeder houd, en zij, vastgegroeid aan het orthodox-joodsche standengevoel, zou 't bestorven hebben als ze aan den weet kwam dat ik met een christen jongen liep, onverschillig van welken stand. Zie Hein, ondanks de vurige liefde voor alles wat groot is, heb j ij er geen idee van hoe diep dergelijke vooroordeelen ingeplant, en met hoe fijne vezels en wortels ze samengegroeid zijn met dat, wat voor hen het ״heiligste* in het leven is. Toch geloof ik wel mijn moeder te kunnen voorbereiden en, zooal haar niet te

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.