Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



5

die geheimzinnige wegkruiping in 'm van kalmte en rust-aandacht naar iets dat er lag, nog heelemaal zóó als 't was in 't leven, en toch zoo anders, als vreemd vergoocheld in trekjes en houdingj En sterker, prangender voelde ie om zich 't gestaar van alles, alles. — Nog dichter 'n stappie.. . heel dicht... te ver, te dicht nu... God wat ligt ze stil... Angst, angst voor allemaal onbestemde schrikgeluiden kneep z'n keel dicht... z'n hart bonkte, bonkte zwaar, in hamerslag, en z'n lijf stond verstijfd in verlamming van aandoening dat ie 'r heelemaal zien, herkennen zou... Dat wóu ie niet.... kón ie niet... dan maar eerst van zich afschuiven dat die dooie daar, die stille, Eva was... Néé, niet dichter bij. En toch ging in verstijving z'n voet 'n stapje verder tegen z'n angstwil in, die 'm wég wou duwen. En nou, zag ie 'r door de licht-duistering heen... Gillen, zware scheurkreten uitrazen wou ie, huil-gillen, slaan, stampen. jt>iep begon in 'm te grommen * smart, die zich ergens in wou vasthaken, ingroeven. Maar de starende mysterie-stilte op 't gezicht van Eva dreef 'm tot stommen kijk.. TJ (Wat lag ze daar in wond'ren sluimer... roerloos... haar toegedrukte oogen keken door de leden heen, achter haar eigen gesluimer uit... strak stonden de donkere, fijn-oogende wenkbrauwen in 't gips-bleek gezicht dat tooverde 'n ernst-lachje, zoo héél éven maar, zoo vreemd-ontroerend, zacht-stil en godlijk lief. .?■En overal, om 'r zwart, nu in duister-licht glansloos haar gezichtje, zoo engelmooi verblankend nog in eigen bleekheid. Dieper kuilden weg de oogkassen, en ingedeukt puntte de kin neer, als in lichte vermagering... Nog twee stappies dichter schuifelde Hein op naar 't bed. Nu zag ie 'r weer anders in 'r starre bleekheid. De oogen keken, lichtelijk

even openluikend, achter wimpergeschaduw door____over haar bleek

hoofdje droomde 'n vreemd-wazige, verdoolde lichtval, die haar omzweefde in kruipenden schemer... Nou lachte ze duidelijker, lachte ze met dien goddelijk-kleinen, innigen mond, dien zachten toover-lieven ernst-lach, diepste streeling van haar ziel... En anders nu, raaf-blauwig, glansde weer haar kapsel rond 't ingezonken gezichtje, verspringend in donkere krulsprenkeling om voorhoofd en ooren____ teêr-klein wit de handjes uit de dekens.

Stom, stom stond Hein, in z'n smart, voor dat stille lichaam... Nou wou ie geen vinger meer bewegen... nou ie 'r zag, zoo vlak bij 'm, wou ie gillen, wou ie 'r optrekken en roepen... Eva... Eva... zie je me niet?... Wou ie dat?.. . Moest ie gelooven dat daar lag Eva ?... Eva dood ?... die ie stikkend, smorend lief had ?... Nee, nee, hij voelde 't niet, niks ervan, alleen gehamer in z'n kop... Zou ie 'r wakker schudden?... zou ie?... God, wat 'n gehamer, gebons, gedreig in 'm... wat zou dat moeten ?... Zou ie gek worden, stapel gek ?... Gillen zaten klankloos in z'n keel gepropt, opgedrongen klem-vast... Ze zou daar ineens opschrikken... ze zou opzitten en 'm aankijken... ze zou zien dat h ij 'r stond, h ij Hein... dat ie toch naar d'r was toegehold... en hij zou maar iets stamelen dat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.