Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



34

en uitzuchtende verlichting aan zwaar achteruitgedrongen verlangen. Want ook, star had ie 't onder de oogen gezien; zoo nu en dan slingerde door z'n binnenste wildbange, door niets te temmen onrust, die 'm opdrong haar doodsgezichtje, schreiende vrees dat ie 'r nooit meer zien zou. Juist die grauw-vale waanzin, die folteridee moest wèg uit 'm, wèg heelemaal, en dat kon niet anders als door haar te zien, met eigen óogen!

Dienzelfden avond kwam Zeelt op z'n kamertje. Droef-strak stond z'n gezicht toen ie Hein zei dat juffrouw Eva er verschrikkelijk aan toe was; dat ie 't nou van den dokter zélf hoorde. Beverig had Zeelt 't verteld en Heins gezicht zag ie verbleeken in schrik-grauw, met 'n stilstand van alles in 'm, alleen wild gedraai van oogen door geel-wit, in verdiepte kassen-deuking. Zeelt voelde zich beroerd; hij wist niet hoe te beginnen. Zelf kon ie erom huilen, en nou ie in Heins oogen verbijsterde traan-ontdaanheid zag, voelde ook hij grienschokken, pesterige onmacht. En langzaam kwam 't eruit, dat de dokter Eva had opgegeven, dat ze zwervende longontsteking had gekregen, die met vreeselijke benauwingen en stikkingen ineens op z'n ergst was uitgebroken.

Hein was stil ineengezakt op z'n bed; er dwarrelde verdoofde razernij in z'n kop; van wat om'm was voelde ie niets meer; de stem van Zeelt, in de laagte troost-gebrom, gedrukte meelij-woorden, bleef rond'm gonzen zonder dat ie ze hoorde. Alles was inééns vreemd voor 'm geworden, alsof ie op z'n hoofd stond, verstijfd in gek-standen. Voor z'n oogen holden duizeling, sliertte alles in tuimelval, draaierig van den grond wègzwevend in hobbeling. Toch voelde ie niets, hoorde ie niets, was alles om'm als in verdoofde verte; bleef ie zitten, verstild in neergesmakte razernij, die zocht en zocht van buiten naar iets herkenbaars, naar 'n toestand waar iets begon wat ie zich herinneren kon, alsof ie jaren had geslapen, wèg-geweest was uit de wereld. En niets had ie gemerkt meer van Zeelts troost, van diens zelf dood-ontdane toespraakjes, dat ie 'm water had gegeven, 'm de hand had gedrukt en de trap was afgegaan.

Zoo, in één waanzingekruip van schrik die verlamd had, bleef ie in verdoovende bedwelming doorademen tot den volgenden morgen, zonder zich te verroeren.

'n Paar dagen daarvóór had z'n moeder 'm chagrijnig wat toegeroepen met z'n verjaardag; gezegd dat ze maar in Veenhuizen moesten gaan wonen als die werkloosheid zoo voortging. Meteen had z'm toegeschreeuwd dat 'r 'n pak voor 'm gekomen was. Hein had, zonder te kijken, z'n moeder verzocht 't maar bij de andere boeken en pakjes van z'n vereeniging neer te leggen, op z'n plank, want 't was juist de dag dat ie zich voorgenomen had wat te weten te komen van Eva. En nou in 'n paar dagen tijds, was inééns de slag gekomen, was Zeelt met z'n strak gezicht opgeloopen 'm vertellend hoe 't met Eva stond. De heele boel had nog geen zes dagen geduurd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.