Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



Maar hij zelf kon niet aan iets ergs, iets levensgevaarlijks gelooven; dat kon ie zich niet indenken. Nog pas had ie 'r gezien vol leven, en nooit was ze ziek geweesj:. Nee, suste 't weer in 'm, dat loopt nog 'n beetje hooger misschien, en dan zou 't teruggaan, minder en minder worden, tot ze niets meer voelde, weer óp kon zitten en

spreken met allemaal... Wat gelukkig voor dat lieve meisje____

mocht ie 'r maar zien! — Na onrustig geslaap 's morgens weer wakker, en alle rust en zelfgesus weer uit 'm. Dan zat ie in z'n treurhok, omgierd van winterteistering, dood-alleen, met 'n wilde wanhoop van niet-bij-'r-te-zijn ; dan stortte schreiende, bijtend-woeste smart uit 'm, dat ie zóó van haar afgehouên stond. Waarom, waaróm mocht hij nou niet bij 'r?... was ie dan zoo'n schurfterige kerel?... mocht ie niet net zoo goed als al die andere knechten belang in 'r stellen?... en had zij 'm niet gezegd haar Eva te noemen?... was h ij daarom al niet in haar eigen oogen gelijk aan die neven en familie die nou bij 'r mochten, vlak bij 'r?... die 'r mochten steunen en opheffen 't hoofdje als ze erg benauwd was ?... die 'r te drinken mochten geven en om 'r heen staan om alles te doen wat ze noodig had ?... Dat juist, dat wou hij doen!... sluipend zacht zou ie loopen... slapen zou ie niet, alleen maar naar 'r kijken, om op 'n wenk klaar te zijn met zachte lieve wel-

daadjes____ met die heerlijke, rustige gemakjes die 'n zieke als

zij zoo goed doen. Hij zou letten op 'n vingerbeweeg, op 'n oogenknikje, en hij zou 'r zoo teer en zoo voorzichtig helpen als 'n verpleegster... Ja, nou voelde ie, in volle, weenende diepte, hoe lief ie 'r had, die vrouw, die heerlijke vrouw, dat tengere, goddelijke, dol-mooie kind... Gek werd ie als ie 'r niet te zien kreeg, stapelgek!... hij moést, hij zou 'r zien!... al zouên z'm d'r afsmijten !... hij zóu naar boven loopen!... hij moest 'r zien, zien!... hij moest weten of z'm herkende!.., zóó kon ie niet langer blijven ?... dat bloedende gemartel, die jagende onrust, dat half-en-nog-es-half gebrokkeld vertellen van haar, maakte 'm bang, dol bang. Nee, dat wilde bange schreien van z'n ziel moest ophouên,... dat schok-gefolter!... Want soms, zoo in 't bruisend geklots van z'n angst-verbeeldingen, zag ie inééns, haar heerlijk hoofdje, bleek, maar met glansoogen die hèm riepen, hèm!... Was dat krankzinnigheid ? En 't staarde voor'm, 's nachts, 's morgens, 's avonds... Morgen zou ie 't doen, en al zou Bresser 'm slaan, al zoüen z'm met politie wegsleuren, wegrukken van 'r bed, hij zou 'r zien! — Stil overlegde ie. Hij zou wachten voor de deur tot de dokter kwam... met hèm tegelijk zou ie de deur indringen en inééns op haar kamer aanstappen... Hij zou 't doen met 'n verschrikkelijke, alles-neerslaande kracht... 't zou, 't zóu!... Nee, razernij was 't niet... razernij zou 't wórden, als ie zoo bleef!... Laten z'm ranselen er na, zooveel ze wilden... hij zou zich weren... niet bij haar, als h ij Eva maar éven gezien had! — Dat zeker-geweldige besluit koortste óm in z'n hoofd, in gebons en gegloei, maar gaf kracht

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.