Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



132

ie ?... Maar als Eva dat nou es verschrikkelijk naar vond, indringerig, mal-brutaal... God-Kristus, kwam daar Bresser zélf niet aan!... Heere Jezes, ja!...

Hein voelde zich doodsbleek worden. Hij zou naar 'm toe gaan en 'm vragen, ronduit; die dokter kwam toch nooit, gilde z'n wanhoop in 'm. En stap-vast schoot ie af op Bresser, die al bij de stoep stond en net deed of ie Hein niet herkende. Lam vond ie dat. Beverig ontdaan, doodsbleek bleef ie vlak voor den juwelier staan, schuifelend even met z'n beenen achter- en vooruit. Hij voelde dat ie 'n hoop woorden te veel ging zeggen, dat ie zich zou verwarren door 't strakke, minachtende gekijk van dien vent.

— Neem u me nie kwalik, meneer, — kwam 'r bleuig-haperend uit, — ik wou u vrage... neem u me nie kwalik... ziet u... maar

de juffrou is ziek,... enne____ nou... ziet u... hoe is ze nou...

wat heeft ze... ken u me dat zegge?

Bresser stond met één been al op de stoep, kregelig, half-verdraaid naar Hols gekeerd. Eerst wou ie doorloopen met 'n snauw, maar 't bleek-ontdaan-ernstige van Hols' gezicht vond ie bang-dreigend... tegen hém. En Hein dacht alleen in z'n schuwe aarzelingvan spreken, dat Bresser naging wat hij, die wild vreemde kerel er eigenlijk mee noodig had.

— Nog niks van te zegge! — zei Bresser eindelijk, nijdig dat ie antwoord moest geven tegen z'n zin, omdat ie bang was voor de dreighouding van Hols, — en doe me 'n plezier, en strooi me nog niemendal rond onder me mènse!... Grabbelend in z'n zak naar z'n straatsleutel, ging ie zonder 'n woord meer haastig de stoep op.

Weer stond Hein geslagen. Wat wist ie nou meer?... ״Nog niks

van te zegge"... Wat nou ?... Langer kón ie niet meer wachten____

Dan maar naar Zeelt, in de Weesperstraat. Aan de hondsche lompheid van Bresser en z'n angst voor 'n „dreighouding", waar h ij juist bijna niet durfde spreken, had Hein zich niet eens gestooten, want nou dwaalde alleen weer door z'n bange vermoedens: „Nog niks van te zegge".

Bij Zeelt deed z'n moeder open, maar hij zelf was niet thuis; van avond, om zes uur, tegen eten, zou ie maar terugkomen, dan was ie 'r zeker, 's Avonds, precies zes uur, was Hein 'r weer en, tusschen 't drukke straatgeschuif en trap-heen-en-weergeloop, hoorde ie, in 'n nauw hoekje met Zeelt opgedrukt, dat juffrouw Eva vandaag erger geworden was dan gisteren, en de dokter meende dat ze plotseling 'n hevige longontsteking beet had, maar dat ie 't ook maar nazei van hooren zeggen uit de derde hand, omdat niemand bij 'r mocht.

Moedeloos, dood óp, sjouwde ie weer terug, met brandgepriem achter z'n oogen en heel z'n lijf in 'n doffe, gloeierige koortsbroeiing. Nee, nou kon ie niet naar vergadering... z'n onrust was te onstuimig vandaag. Drie dagen bleef zoo voor Hein 'n pijnigende spanning aanhouên, waarin ie, alleen van buiten af, uit vreemde, koele monden, haastige mededeelinkjes van haar toestand hoorde afbrokkelen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.