Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



!3°

hij dol lief had, waar 'n schat van zijn ziel was, van hèm, afge-houên, omhegd met tronies en menschlijven die op hèm neerkeken ... Mochten die haar nou zien, en zoenen en goeien dag zeggen, en bij 'r zitten helpen en oppassen? O, waarom mocht hij niet?... Maar och... zij wou 't toch ook niet... dan had z'm toch wel laten roepen. — Plots zag ie iemand de deur uitkomen; 't was Saartje, die haastig, toch schuwtjes, de gladdig-besneeuwde stoeptreën aftrip-pelde. Diè zou ie vragen. In 'n vaart schoot ie op 'r af, loodzwaar van ontroering om wat ie hooren ging. Besneeuwd, met wittig bevlekt gezicht, onder wègdoezeling van z'n wenkbrauwen, stond ie wild-nerveus voor haar, met gejaagde vraag hoe juffrouw Eva was. Saartje, geschrikt door 't plots op 'r afschieten van 'n ״lang manspersoon", Hein niet herkennend, dacht dat 'r 'n troepje kerels voor den gek wilde houên.

— De jüffrou?! — ratelde ze, onder mal gezichtsverdraai, nog bevend van schrik, — wat-gaat-joü-dat-an, — neem-je-moeder-in-de-maling-in-plaats-an-mijn! — wat-zeg je me-daa-van?!...

En snel stapte ze door, Hein verstomd staan latend, die in z'n wilde besneeuwing en nat, verbouwereerd, gipsbleek gezicht, met z'n vuile bontmuts schuin over z'n ooren getrokken, niet snappen kon dat Saartje hem niet herkend had. Kwaadaardiger chagrijnde nu drift in 'm op. Godallemachtig, snikkend van verlangen had ie de woorden uit 'r mond willen trekken en nou hoorde ie weer niets, geen letter van haar! Nou zou ie maar door blijven wandelen tot twaalf uur, dan moest bij Bresser de winkel toch loskomen. — Weer liep ie rond in al gloeiender angstgedachten, gejaagd-huilend van binne met stille, morrende woede-smart dat ie, zóó in haar nabijheid, buiten blijven móest, Eva niet zien mocht. Zoo ie nou es Bresser op den man af vroeg?... Zou ie durven?... Wat zou ie 'm meer kunnen doen dan beleedigen ?... Dat had ie, om van haar nü iets te hooren, wel duizend maal er voor over... Loopend, dichter omsneeuwd, zelf koortsig warm in de natte kou, loerde ie door de vlokdwarreling naar de stoep van Eva's woning. Maar geen sterveling zag ie van den winkel komen. Nou viel'm ook plots in dat 'r niet gewerkt mocht worden bij Bresser aan huis, om Eva. Dan zou ie maar inééns naar Zeelt gaan en kijken of die thuis was. Banger joeg 't door'm, heviger dat ie nóg niet wist hoe 't met'r was. Zou ie maar 'n beetje dichter bij de stoep durven, dan kon ie zien of 't briefje er nog hing... Doen ?... ja... ja! — En meteen liep ie ijzervast en strak op 't huis aan, de stoep op, alsof ie 'r wezen moést. Achter 't bijna dichtgesneeuwde hekwerk van de deur zag ie op 't raampje geplakt met groote letters: ״Verzoeke uiterst zacht de trappen op te loopen en niet te schellen.'' Uit deletters wou ie halen wat 'r scheelde, turend achter de besneeuwde raam-

randjes. Plots hield voor de stoep 'n rijtuig stil____Hein schrok

hevig... de dokter... dat zag ie aan 't afgemeten uitstappen. Niet haastig genoeg wist ie waar zich te bergen. Gauw glibberde ie de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.