Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



kamer, waar ie eens, in 't voorbijgaan naar den winkel, door 'n deurkiertje voor was blijven loeren, en waarvan ie altijd 'n vreemden, blijmakerigen herinneringsgeur bij zich gehouên had. Vroegen z'm op fabriek waarom ie zoo stil was, dan wees ie naar z'n hoofd, alsof 't koppijn was, om van 't zeurige gevraag af te zijn. Maar koorts had ie, dat voelde ie zélf aan huiver-hitte en kou-rilling tegelijk door z'n lijf. 's Middags kon ie 't niet langer uithouên, werkte ie dubbel, ademloos om wat doppen voor te komen, snakkend ernaar even op straat te zijn. Dan liep ie den kant van Eva's huis op, in z'n verlangen 't noodlot vreemd-dwingerig te willen zien bukken voor zijn wil, eischend bijna iemand van den winkel tegen te komen die 'm iets zeggen kon van Eva. Maar niemand kwam. Dan draaide ie voor 't huis in 't rond, of ie maar brutaal-weg zou aanbellen en vragen hoe ze was. Wilden z'm afsnauwen dan zou ie 'r koel onder blijven, omdat ie 't toch voor Eva alleen deed. Maar vlak bij de stoep van 't groote huis verlamde 't voornemen in 'm. Dan durfde ie alleen nog maar opzien naar 't raam waarachter Eva's kamer lag, al maar kijkend naar 't ruit als ie mensch-bewe-ginkjes of 'n gezicht meende te herkennen, totdat ie weer z'n bezinning kreeg dat ie op die manier nog minder hooren zou. Dan holde ie weer hals over kop naar de fabriek, at 'n boterham onder 't werken, verstrooid in angst-gedenk aan Eva, in z'n onrust bleeker en lijdender voor zich halend haar gezicht, met die schitter-streelende oogkijking. Voortijlend in z'n angst, zag ie vreemde schaduwdansjes om haar donker glanshaar spelen... rond haar hoofdje... vreemd-wild, als doorleefde ie in zijn koorts haar benauwdheid... zag ie donkere schaduwtjes over haar oogenglans trekken, opgaand en rondspreiênd in zwarter schimmetjes heel haar hoofdje... overal, overal omduisterend.

Donders, wat voelde ie zich rillig, heet-koud, telkens anders weer, prikkelig-pijnlijk in al z'n leden. Innig blij was ie dat ie morgen weer 't werk af had, dan uit die muur-gevangenis kon hollen, den heelen dag kon blijven slenteren rond haar huis.

Den volgenden dag liep ie al vroeg in storm-sneeuw, zwerf-leeg, hol-nieuwsgierig, in den omtrek van Bressers huis heen en weer. 't Huilde woest in 'm dat ie nu niet bij Eva mocht zijn. Zou ze aan hèm denken... aan hèm ? Malligheid... ze zal blij zijn dat z'm kwijt is... Ach, wat dol, dol graag had ie 'r nou es gezien, bij 'r gestaan, aan haar bed... om 'r van die kleine handdrukjes te

geven____wat z'm in 't vondelpark zoo stilletjes had laten doen____

En als ie 'r dan ereis noemen mocht: Eva... zóó waar allemaal bij waren... heerejé!... en zij hèm Hein!... wat zou ie dan al eigen met 'r kunnen zijn.

Dichter vlokte de sneeuw, in wit-verblindende wemeling־, opgejaagd soms in wolk-nijdigen warreldans rond, maar niets voelde ie, niets. Alleen huilde woester in 'm smart-diep gepijnig dat ie niet vrij mocht inloopen dat huis, waar iemand lag die hij kende, die

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.