Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



128

— Nou, 't zal nou je tijd wel zijn, maatje,... we spreke mekaar nog wel es nader... Ik moet 't eerlik zegge, ik heb an je gewonne... Jonge, jonge,... eerst zoo stom-bleu alsof ie niet tot drie kon telle, en nou heele speeche... ze verstaan 't bij jelui... 'n vier-duitstuk in de mond van de automaat, en hij dreunt heele lessies op... god verdikke me... épatant!

— Toch nog niet zoo als Veeges, hè?... die je me toen-d'r-tijd an gesmeerd hebt, wel?

— Züt alors !... Zeg ereis maatje, ik moet mor'ge terugkomme bij Bresser... vandaag was 'k op kantoor... ka je soms mee morgenochend? — vroeg Rozalie Hein weer zacht, met kweel-stem-volte.

— Morge heb ik niet te levere... we hebbe niks van Bresser in huis, en over 'n paar dage hebbe we af... Maar waarom moet jij dan terugkomme?... jij hoort toch nie te levere?

— Raakt jou niet... ik kon nie geholpe worde.., ik geloof dat de juffrouw ziek is... z'n dochter die in de zaak is... An de deur stond angeplakt op 'n klein briefie: ״Verzoeke zacht te loope en niet te schelle."

—■ Wie!.., Juffrouw Eva! — beefde zacht-onvast de stem van Hein ingehoüen-angstig.

— Ik geloof 't wel,

Ze waren weer bij Heins slop. Al z'n strijdlust was weggezakt in'm. Er was 'n loodzwaar gedruk op z'n borst gaan pletten; angst en 'n vaag voorgevoel van iets onverwacht-ergs dat ie hooren zou.

— Nou, salut! — zei Rozalie, terugloopend weer den Voorburgwal op.

Met zware volte, zonder eetlust, liep Hein ineens door naar de vergadering, om Zeelt te zien en te hooren of Eva wérkelijk ziek was.

ZESDE HOOFDSTUK.

Van Zeelt had Hein op vergadering gehoord dat juffrouw Eva plotseling heel naar was geworden; pijn in de borst met hevige benauwdheid. Ook Zeelt wist 'r niet veel méér van, maar dat tenminste had ie gehoord op den winkel van Rozijn, die juist bij juwelier Bresser was toen de dokter geroepen moest worden. Thuis en de paar dagen dat ie werkte op fabriek, was Hein een en al onrust. Elke vijf minuten wou ie weten hoe 't met Eva was, en nergens kon ie iets zekers van haar hooren. Al 't zich van haar afdenken was weggevaagd in z'n hoofd, nu 'r angst-drang zat in z'n ziel voor haar toestand. Als 'n dooie pier, verbleekt-stug, zat ie te werken, star voor zich uit, tusschen al z'n geploeter alleen ziend haar kopje op de kussens, bleek en stil, rondkijkend haar mooie

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.