123
wat over de grond... de machines, de arbeidsmiddele,... sla toe ... de fabrieke, sla toe... en dat dat allemaal in hande mot komme van de arbeiders zellef... pak an... die dan op hun beurt regeerinkje gaan spele... op Sint-Juttemis zou 'k zegge... Natuurlik, want zij zijn immers de staat! boe! boe! an m'n elleboog maatje... Krijge ze dan volle loon?... Ka je begrijpe,... bijna... Eerst voor de ambtenaarsklielc die jelui bebaze en geméééééénschap.... en dan de volksregééééring... Jonge, jonge, dat zal me 'n janboel worde, 'n pan!... Nou motte de schaapies eerst warm gemaakt worde door algeméééén stemrecht... nou stoot je ze op en je striemt ze naar de stembus,... en nou loopt de wereld op z'n end, hard gaat ie!...
De heere zitte op d'r kont deftegies in de Kamer____en ze lulle
van-heb-'k-jou-daar... pootjes geve,... hoedje afneme,... vriendelik lachie,... smoeltjes trekke... En de arbeiders sulle rond... Enn... ennn... 't mooiste van de grap is... de arbeiders magge stemme,... in naam van de vrijhèid... Maar ze motte nieuwe meesters dulde... die hun bevele, hun voorprate,... die zij moete nabaue... Gods-kristus wat 'n zoodje!... En dan worde de stumpers afgericht en opgedreve... hier héén, hier héén, daar heen !... nieuwe leuze, nieuwe meesters... allemaal lood om oud ijzer... de heele keet van konservatieve en liberale meneere, socialistische meneere, met veel drokkie en ״verlichting"... Nou ja,... dat kenne we en als ze'r effe kans toe zien, worde de arbeiders, die hun kop opsteke, weggetrapt .... Bravo!____ Enne... nou benne ze in de waan gebracht
dat zij later, of haarlie nageslacht heel wat beter af zijn... Maar waar blijft de vrijheid!... 't ik in de mensch?... al wat ommers persoonlik in je zit, wordt d'r uit getrapt... De een huichelt liefde voor de ander, maar inderdaad gunne ze zich 't licht niet in de ooge,... En dat begint nou al, en alles in naam van die snoezige,
maagdelike juffer gemeenschapsliefde____ Iedereen drukt z'n vuile
bek op haar onschuldig snoetje ... iedere vuillak... Abah, om te kotse! ajakkes!
Achter hun kwam 'n zware kar aanbolderen, die Rozalie's woorden verdoofde. Vlak langs Rozalie reed voort de wagen; nou kon ie even uitrusten. Ook hij voelde zeglust; 't kookte en borrelde in 'm van drift dat die snotjonge 'm pas zoo sarrend kalm had willen smeren. En misschien was 'r nog iets aan 'm te doen ook. Nu ging Rozalie heftiger voort, dat heel de socialistische kliek alleen door fraze z'n treurig leventje kon volhoüen. En verder wou ie beweren dat de leer niks om 't lijf had, z'n eigen kuil zou graven, omdat 't 'n overplanting was van den wil van 'n groep regeerders, die, al worden ze door 't volk gekozen, toch, en nog erger dan nou, de baas zullen spelen. En dan zei ie vol hartstocht, met z'n mooiste kweelstem, dat 't socialisme niks dieps, niks grootsch begeerde; dat 't alleen verlangde slaafsche karakters, onderwerping, en dat 't verst wat 't wou was: verbetering maar geen omverwerping van den maatschappelijken rotboel.