121
ken. — Moe hield ie op, vergetend z'n eten, z'n vergadering, Rozalie alleen ziend, 't liefdeloos afgebreek van dien halstarrige, die niet kon dulden dat men z'n geestdrift en zijn levensgeluk gaaf hield.
-— Tiens, tiens!... ik geloof datje uitgerateld bent! — begon langzaampjes-sarkastisch Rozalie, die gauw had ingezien dat Hein voor zijn anarchisme heelemaal verloren was, en nu z'n drift, eerst gesmoord in zachte lokpoging, wou luchten, — jammer maar dat je mirakelsche onzin zoo boveop drijft... Stel je voor!... Nee. 't is om te giere! ... de anarchiste zien de massa voorbij voor de enkeling !... wat 'n stumperig gebazel!... nom de dieu, kerel wat bi-je pinter... 't verbaast me dat je nog niet op de proppe bint gekomme, zooals al je pieterige sociaÜsies, mit citate uit ekonomie van de heilige meesters,... zooals al die stommerike bij jelui arbeiders, die effe 'n beetje leze en rekene kenne, en een paar pond brochuretjes geslikt hebbe!... en waar ze kenne, vertaalde brokke wijsheid luchte!... en net als de echte, maar raak snorke en ophakke van bovebouw... en onderbouw... en produktieverhoudinge... en ideologie en burgerlik... en god-betert, heel wijs lulle over meerwaarde ... en verbruikswaarde... en ruilwaarde!... lamlendige sukkels, nabauwers en oplikkers van 't uitgespoge duitsche goedje!... godbetert ... met 'n air alsof 'r één sprankie van haarlie eige uilskuikerig kwiebes-verstand bij zat!... Apekool, daar kê je donder op zegge!.. nom de dieu, ze zijn waard dat ze be-tyrannizeerd worde,... dat tuig!... die lammelinge!... die kuikens!
Rozalie bonsde telkens onder 't loopen met z'n klein lijf kwaadaardig tegen Hein op, soms in nijd zich vergetend, bijna voor Hols' voeten struikelend. In woeste gebaren sprak ie door, zich opwindend. Nu was Hein de kalme, de bewuste, die onder Rozalie's geraas overal de straat rondkeek, zich bewaaien latend door 't woordgebulder dat nu tegen wetten en nog eens wetten ging.
Eindelijk kon Hein 'r wat tusschen wringen:
— Ja, — zei ie zacht, — jou schelde geeft geen bliksem,... en... enn... nou za je nog nijdiger worde als ik zeg dat ook ik heb leere inzien wat 'n ontzaglike kracht er in wette zit... niet met reaktionnaire, maar als ze goed veranderd worde, met proletarische kracht... zie je... Ja, daar wil je niet an, hé?... Wette die ons nu verzwakke, zulle 't later de bourgeoisie doen.... En geweld, geweld!... Och, dat roep je niet in de wereld op door d'r over te schreeuwe... snap je... al dat revolutiegekraai wordt onzin, kroeggewawel... als je alles maar goed nagaat... Niet juilie, maar de socialiste zijn de revolutionaire klasse in merg en been... Bij juilie goochele ze met woorde... alsof woorde en geweld alleen revolutie make... Weet je wat revolutie is?... de arbeiders te verlichte, beter bestaan... kennis te geve... En niet zoo los maar schoolkennis, maar bewustzijn van hun klasseleven,... he?... opwekking van hun sociaal zijn, en daarbij ontwikkeling van hun