Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



8

door 'n rare vijandigheid die ie inééns voelde uit de houding van Rozalie, — maar ik bin ook weer verhuisd... naar dat ouê rót-fabriek ...

— Ja juist, daar... maar, op de derde, juist onder jou... We werke ook voor Bresser.

— Bresser?... kom jij dan bij Kalbach?

— Juist,... dat wil zegge bij Mark Kalbach... de eigewerkmaker, die twee knechte had weggestuurd en nou één nieuwe knecht maar

bijneemt____ 't is verschrikkelijk slap... misschien voor vier dage

werk____ ik heb nou twee maande stil gezete... armoe geleö...

Enfin, jij hadt't niet beter... dat heb ik gehoord.

Hein was weer licht geschrokken toen ie den naam van juwelier Bresser hoorde. Om z'n neus was bleekte getrokken, en Rozalie deed net of ie niets zag.

— Maar 'n ander apropos... waarom zie 'k jou niet meer op onze vergaderinge?... Ze hebbe me wel verteld...

— Gut man, dat kan ik je 't beste zegge, hoor! — viel Hein barsch in, — zóó geheimzinnig hoeft dat niet!... Ik ben lid van de socialistenbond.

— Wat!... Is 't toch waar ? — huilde Rozalie's stem in verba-zingsinnigheid, — godverdomme, hoe kom je zoo stom!

— Voor je verder gaat Rozalie, wou ik je ééns-voor-altijd zegge zie je,... dat ik door jou niet beleedigd wil worde... ik ben niet meer 't weeke snotjongetje van vroeger he?... denk daarom... ik beleedig jou persoonlijk ook niet... doe je 't toch dan zal je 'n kwaje an me hebbe, dat verzeker ik je!

Strak-gedempt had Hein gesproken. Hij kookte van binnen, en bleeker wit was om z'n neus getrokken. Rozalie had plots uit z'n toon gevoeld dat er in Hein iets geweldig veranderd was, dat ie muurvast stond, z'n schuchterheid had afgedankt met z'n schuw ontduiken van meeninkje-zeggen. Hij voelde dat ie met heftigheid niets zou winnen. Toch wou ie 'm wat zeggen; zien, hoe diep z'n socia-listerigheid zat, en of ie nog teruggehaald kon worden in hun kamp; zoo niet, dan zou ie'm toch eventjes leelijk smeren.

— Maak je vóór alles niet kwaad Hols,... want 'k meen dat stom zoo niet als j ij 't opvat... ik maak je 'r zelfs 'n kompli-mentje mee... Ik vin 't jammer voor jou dat j ij je door de socialiste hebt late lijme... en dat vin 'k stom,... snap je?... niet jou, maar je-lijme-late.

— Nou ja, leg nou maar niet te zeurkouze... jij wou maar zegge dat ik bij juilie had moete blijve... nie?... toch vergis je je leelijk as je denkt dat ik me heb late plakke... Kijk, we hebbe mekaar in 'n heele poos niet gesproke... wel ?... Maar zooveel weet je toch wel van me af, dat ik me door de duivel met z'n moer nóg niet laat lijme.

— Maar Heeremetijd, nou is 't nog grooter raadsel!... wat hê je dan uit èige beweging met die luizige politiekers uit te staan ?... je

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.