Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



3

gezichtje vertrokken, en 't fijne half dichtknijpen van 'r oogen, wat 'r altijd zoo'n prachtige liefheid gaf, werd toen fronsen. Nee, dat kon geen verbeelding geweest zijn. Midden in was 'r weer geklopt en heel deftigjes had z'm 't partijtje rondistwerk teruggegeven, 'n Beetje onthutst weer had ie gegroet, was stilletjes 't kantoor afgegaan en had na dien tijd Eva niet meer gezien. Nu was er toch bangelijke onrust over haar houding in 'm gebleven, en z'n vermoeden waarom ze zoo stil was, schuifelde van de eene naar de andere veronderstelling, toen ie eindelijk tot besluit kwam dat ie op 'n meisje als Eva toch nooit vat kon krijgen. Doorhakken en bruut zeggen dat ie 'r maar nooit meer over praten wou, durfde ie ook niet. Want zij, voelde ie sterk, had hem weer heelemaal onbewust aan 't werk gebracht; door haar liefheid zou ie zich weer heel krachtig gaan voelen, vol geluk en levensliefde. En dan, zag ie niet altijd haar, tusschen al z'n denken, strijden en worstelen in? Ja, altijd zag ie 'r in die heerlijke, koesterende zachte vriendelijkheid. Nooit zou ie vergeten den toon waarop z'm gezegd had: ״zeg Eva", met iets zoo lief-smeekends en angstigs dat ie weigeren zou, of 't raar indringerig vinden, met iets zoo zachts en zoet-schuchters in 'r vraag, en toch zoo vol, gemeend en diep, dat ie 'r van geslagen stond, stom. Wat 'r toen in 'm geschokt had... nee, 't was goed dat ze 't niet merken kon. Hij moest van 'r af, hij moest; want hij zou dolheden gedaan hebben, als ze nog zachter en intimer met haar stem en haar lichaam naar 'm toegeschuifeld was. Dat voelde ie en daartegen moest ie opkomen, Want z ij was zoo lief-goed, tegen iedereen, en in h è m gloeide iets veel hevigers als ie 'r zag en sprak, voor haar alléén. Nee, hij zou zich veel meer alleen aan z'n werk gaan geven, zich losscheuren uit rare illuzies, die 'm soms begoochelden, als ie 'r aan dacht dat Eva toch eens iets anders voor 'm had kunnen zijn dan 'n grillig, geheimzinnig vriendinnetje, dat wandelde bij hém, met 'r gezicht achter 'n dubbele voile, en 'm altijd maar als 'n zonderlingen kwiebes bleef bekijken; vriendelijk en aardig, maar meer niet. Drong nu weer 'n ander gevoel in 'm op, dat ze misschien toch wel van 'm hield, meer dan ie durfde denken, dan zag ie zich-zelf als dwaas, brutaal, veel-eischend en vol dolle illuzies, die ie met alle kracht uit zich te rukken had; dan spookte en duivelde in 'm 't hatelijke weten, dat zoo'n dame toch nooit op hém, nakende rot, verliefd kon worden. . Zoo verblind rondtollend in eenzijdig geredeneer, vermoedde ie niet hoe Eva zelf leed onder die strakke, pijnigende beleefdheidsvormen, wél begrijpend hoe verkeerd hij 't bezien kon, al stelde ze zich zelf gerust dat z'm later, misschien al heel gauw, toch meer zeggen zou. Want voorstellen, rechtstreeks, wat ze eigenlijk wilde en bedoeld *had na de wandeling, durfde ze nog niet. Op 't moment nu dat Plein, verder van 'r af kwam door misleidende zelfredenee-ring, onrustige levenskansen, telkens terugschokkenden twijfel aan 't niet opene van haar sympathie door ingehouên gevoel, zag ie niet

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.