Levensgang, tweede deel

Titel
Levensgang, tweede deel

Jaar
1905

Druk
1908

Overig
4ed 1908

Pagina's
198



112

uit één hart in die heerlijk onbewuste, machtig bewegende, rustige grootheid van doen, geschroeid door één vuur van aandoenings-hitte, in één spannende stijging van geestdrift, ontzettend en verbijsterd, woelend en kijkend, schreeuwend en uitjuichend hun broedergevoel, te midden van al die wemelende, scharlaken vaandels; die optochten in open veld, omklaterd van zongolven; reuzemeetings en vergaderingen, waar vakvereenigingsmannen en socialisten bijeenstonden in 'n overstelpende koorts van geestdrift, tus-schen 't spartelend zongekleur, met gelukkige gezichten, onder stijgenden zang, frischheid en stralenden hartstocht, en elke banier als fakkel opvlamde in 't brandende rood van z'n doek. Zoo'n aandoening van dat opmarcheeren van duizenden, vol leefkracht die ie stuwend hoorde voetdreunen in proletariërsrijen, zóó'n soort aandoening had ie toen ook ondergaan. Toch werkte 't anders in hèm dan in haar. Hoe ie dat naging precies wist ie niet, maar voelde ie uit allemaal onzegbare dingen. Zij was zoo mooi geweest, zoo mooi als ie 'r nog nooit gezien had, zoo lief, zoo natuurlijk. Maar zijn leventje doordrong ze niet, en nog veel minder dat vreeselijk bestaan van 'n menschenmassa, waar ie 'r altijd wel van spreken wou. Als zij 'm sprak over mooi, dan was 't altijd zoo iets aparts. En nu dacht ie juist, dat de fijne ziel van 'n echt kunstenaar wèl ontzaglijk vèel moest voelen, moest mee lijên met zoo'n in donker weggetrapte massa, die aan al 't betere, aan alle levensgeluk gebrek had; dat zoo 'n ziel veel voedsel kon vinden voor z'n kunst, juist in die rampzalige kringen; niet alleen om te schetsen hun rampen, hun naarheden, hun platte, lage levensverzinkingen, maar daar tus-schen door laten zien waar naar gesnakt wordt, hoe de maatschappij hen verdierlijkt, verlaagt, wegslingert als rotte wrakken, heele groepen, die hooger-op wilden, zooals hij dat verstond. Zou 'n maatschappij-hel, zoo geschetst, niet duizenden de oogen openen, als 't gedaan werd en gezegd en doorvoeld, ja, o zoo vreeselijk!... en dan gegeven in alle vormen meteen, hoè goddelijk hun streven is, hoe hoog ze willen, hoe zij eigenlijk zuivere ideaaldragers zijn; die menschen, die met alles in zich strijden voor recht en voor geluk en al wat mooi is en grootsch in 't leven. Of vond zij 'n aparte overdrooming van natuurbrokken alleen, uit één ziel, veel hooger? Nee dat idee kon en wou niet in 'm. En al had ie geen ziertje bénul om iets te zeggen, zijn voelgewoel, dat, zoo zonder woorden, stil om 'm sloot, pakte, rukte en trok 'm naar alle kanten. Al konden dé menschen van haar klasse die leiding hadden, dat allemaal veel beter, toch moest ie zich zelf bekennen dat ie de natuur verschrikkelijk mooi vond, zoo diep, zoo geweldig, samen met wat in 'm omging.

Zoo iets nog zei Eva heel kort, dien keer dat ie 'r 'n kwartiertje op de leege werkplaats weer gesproken had. En stil was ze toen naast 'm blijven zitten zonder te antwoorden. Hij had iets erg strak in haar gezicht zien worden, iets hards bijna, trekjes die apart haar

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.