IOÖ
natuurlijk. Z'n eigen spreekgave begreep ie nog niet, was ie zich evenmin bewust als z'n gevoel voor 't mooie. Ook te jong voelde ie zich nog om op te treden, veel te jong, waar ie in de partij zooveel ouêren ontmoette met ervaring en kennis, veel meer dan hij dacht te krijgen. Maar toch juichte en zong 't in 'm van vreugde, dat ie zoo door zich-zelf gekomen was uit de bedwelmende dwaalsfeer van 't anarchistisch gebeschouw, en sterker zich kon dringen in 't bereikbaardere, in den klassenstrijd, zooals die door de socialisten aangetoond werd te bestaan. En nu wou ie z i e n, niet alleen lezen, maar vooral zien, waarnemen, vergelijken, en 't levende aan 't bestudeerde verbinden. Hij las nu, door ijzeren wil en taai volhouên, uit z'n hijgend begeeren tot verstaan van nieuwe stemmen opgeworteld, goed fransch en duitsch, en kon ook wel in 't engelsch 'n boek begrijpen. Nu zou ie alles aanpakken, geen werk ongelezen laten, en napluizen voor zoover ie 't begrijpen kon. Alles wou ie, zoo mogelijk zelf, doorgronden, nagaan, en intusschen de praktische politiek volgen. Want meer dan ooit trok 'm die worsteling van 't socialisme op staatkundig terrein aan, voelde ie de ontzettende kracht van te spreken tegen de bourgeoisie, haar op te schrikken in haar eigen huis, haar te bestoken en te vervolgen achter haar bolwerk van parlementaire wettenmacht, haar te drijven in 't nauw met de snijdende logiek van hun leer, ontfutselend haar macht, straffend en hoonend haar praal, haar dierlijke hebzucht, haar ideaallooze, geld-rotte ontaarding en versuffing, haar onzedelijk gewoeker en vernielen van menschenlevens. Die worsteling van man tegen man, waarin al haar spitsvondigheid, al haar sierlijke woord-koketteeringen met verlabberde vorsten vleierij, nuchter en hoonend op de kaak gesteld werden en de oogen van 't volk openen moesten. O! 't trok 'm zoo geweldig aan, die strijd, te staan onder de wapperende roode banier van 't Recht, zich te voelen op den brandenden bodem van verzet tegen die groepen; ze stervens-angstig bij hun klare bedreigingen, die nu uit de wapens van den geest rinkelden, hun angstgreep naar de brandkast te zien doen. Wat leerzaam voor hem, die nu weer zag, op 't groote gebied van 't parlementaire leven, die vunzige gemaaktheid, dien schijnvromen zin, zalving van dominé's die lieten doodslaan in oorlog, 't hielengelik, onmacht en vorstengunst. Wat opende zich nu voor 'm 'n nieuw gezicht op 't leven van al die menschen daar, die vertegenwoordigers van stomme groepen en verblinde, door kerk en hel neergedomperde massa's. Nu eerst zag׳ ie in hoe dwaas 't was eigenlijk scheiding te maken tusschen ekonomische en politieke aktie. Alles wat buiten de arbeidersklasse voorvalt gaat er tegen; dat zei ie nu zichzelf. Zoo was alles machtsvraag, en moest de bourgeoisie bestookt worden, overal waar plaats was, overal, in en buiten, maar altijd nog dóór de wet. En zoo kon ie nu vaster spreken, handelen en uitkomen voor zijn meening, op de fabriek, tusschen z'n werk door, zonder zelfgenoegzame rust, waar ie maar kon, geen stap wijken voor anarchistische beginselen of wat daarvoor door-
/