io6
verschrikkelijken zin voor ontleding״, uiteenscheuring• van 't heer-schende, 't gemaakte, 't slechte; reëel door z'n armoe-omgeving en 't zien van ellende thuis en op z'n werk. Nee, nee, ze zou niets in 'm verheffen dat ze niet zag; ze zou, bij 't volgen van haar eigen aandoeningen, pal blijven in 't midden van wat ze doorleefde met hem. Ze zou zichzelf omvèr worstelen als z'm zou idealizeeren; daar zorgde hij voor in z'n eenvoud, z'n soberte, z'n beschroomde, teruggetrokken, en dan ineens weer opene natuur. Maar wat ze nu w i s t was dat ze door hem voelde, diep, altijd meer en meer sterker. Voor nu moest ze op de verzorging allereerst terugkomen. Helpen moest z'm, helpen met geld, en niet eerst, nufferig-onbeholpen, met boeken en kadeautjes, maar direkt beginnen bij 't goeie. Ze moest 'm geld geven voor 'n nieuwe frissche woning, geld om te laten leven z'n gezin; ze moest minstens de helft van haar eigen verdienste offeren en zelf niets meer koopen. En heerlijk vond ze dat te kunnen doen, verrukkelijk... voor hèm. Al haastiger loopend vlogen haar plannetjes door 't hoofd, niet wild maar snel, in kittel-drang om direkt te beginnen. Maar hem-zelf durfde z't niet voorstellen; ze was bang dat ie 't als een gift zou voelen, dat ie gekwetst, geraakt zou zijn. Van Zeelt had ze gehoord dat ie half Maart jarig was. Ze zou 'm dan schrijven, boeken sturen, en zacht 'n begin uitlokken; ze zou 'm dan dwingen les te nemen in dingen die ie graag wou kennen, en zij zou betalen. Dat zou z'm leuk-kalmpjes schrijven. Dan zou ze 'n paar jaartjes zoo stilletjes doorleven met Hein, zonder dat iemand er iets van weten mocht, en met 'm uitgaan, altijd maar met die nare voile, waar ze toch niet zonder kon. Dan was ze mondig, zou ze thuis precies zeggen waar 't op stond, dat ze hem liefhad en geen sterveling anders wou hebben, al werd ie voortgeduwd door millioenen, of al was ie tienmaal jonkheer of advokaat. O! ze verwachtte 'n vreeselijke botsing, vreeselijk, omdat ie kristen was, 'n kristen dien ze in hun kring verafschuwden met ingeroest en haat van traditie. Maar in dien tijd zou h ij 'n beetje er bovenop zijn, zou ze alles wat van haar was en zij zelf verdiend had tot geld maken, en ze zouên samen kunnen doen wat ze wilden. Dan zou zij hèm langzaam brengen daar waar 't hoogst-mooie was in kunst, en hij haar naar 't schoone in 't gemeenschapsleven dat ie aanbad. Want voor niets ter wereld kon z'm weer loslaten. Ze voelde dat z'm liefhad, hevig, zooals ze nooit nog van 'n man gehouên had. Ze voelde bewondering voor 't groote, oprechte en schuchtere leven, dat brandde in die borst, 'n Karakter dat weende en lachte van geestdrift met zóó hevige kracht, kon haar alleen gelukkig maken.
Aan den hoek van de gracht stond ze stil. Hein drukte haar handje lang.
— Nacht juffrouw Eva... wat... heb ik heerlijk gewandeld,... ziet u?
— Zeg Eva!