122 ARON LAGUNA
J a c q u e s.
Jd jfj... jfj zal 't künnen. — Ze beeft voor kracht — voor ernst. En die ernst van joü heeft ze nog nóóit gezien in 'n man.
A r o n (vreemd glimlachend). De boéman.
J a c q u e s.
O, ik wéét 't — het is bar, bdr egoïstisch. — Maar als je 't dan niet graag doet voor mij — doe 't dan voor vader. — 't Geeft een ellendig schandaal aan huis en 't maakt hém... nog méér kapot.
A r o n (sarcastisch). Zoo'n ״proleet"?
J a c q u e s.
Wees nü niet sarcastisch Aron. — Wat wis 'k voor 'n kwal, toen ik ddt zei ? — Dat je me toen niet doodgetrapt hebt.
Aron. Het scheelde weinig.
J a c q u e s.
Ik was een zieke, zotte ijdeltuit, die spotte met gemoedsenthousiasme — ik beet er de vinnigste brutaliteiten uit en ik vond het een genot iemand te krenken. — Nee... brddf zal ik nooit worden, maar... ik was toch ...
Aron (met zekeren weerzin). Ik... hou niet van boetedoeners.