4*3:
Joden Jet, maar dat grauwe schepsel vond hij té verachtelijk om aan te klampen; wist nog minder van Corry af,... dacht Karei,... dan Frans Leerlap.
Moeke vertelde Corry dat Karei geweest was. Ze vond het fijn! Dus wou hij tóch wel weten hoe het met haar stond. Maar nóg wilde ze niet voor den dag treden.
Mooie Karei begreep van zijn kant, dat hij zich nu koest moest houden, tot de meid zelf zou zeggen: hier ben ik,... vraag maar óp. Ze ging hem dan óf alles vertellen, óf alles voor hem verzwijgen. Of... óf... als vroeger... hem heelemaal opnieuw voorbij zien.