407
schreeuwmuil toe. Ze voelde zich wegduizelen, het bloed uit de polsen stroomen en ijskoud oplossen in een her-inneringlooze gevoels-ijlte. Toén werkten de roofsoute-neurs snel af; legden de matrozen neer in een pakhuiskelder buiten het slop, voorgegaan door de uitkijkers, en droegen den gewonden stuurman een leege trapholte in, bij een dwarsgang. De politie of voorbijgangers zouden nu de gehavende slachtoffers vinden en opnemen, ze als-beschonken gasten naar het bureau transporteeren, daar den roes laten uitslapen of naar het gasthuis vervoeren. Zoó berekenden de aanranders-souteneurs, in de vaste overtuiging dat niet eén der matrozen in staat was aanwijzingen te doen, noch te reppen van zware mishandeling. Ze wisten immers niet eens waar en met wie ze gevochten hadden.
— Die kleine heb je 'n bloedspuwing gemept! ... ver-~ weet Piet Freek de Duvel,... mit je tandels.
Freek de Duvel grinnikte pervers. Hij hield ervan half bewustelooze kerels, die geen schraag meer konden verroeren, nog platter te beuken of een brandend saf-fiaantje op den ruiker te planten; of een aangestoken kaars boven den neus van den gevallene te binden, tot hij ״bijtrok".
— Es knijse, hoe gauw ze satans snuffele,... lachte hij dan met een dierlijk wreed welbehagen, zijn paars-grauwen mond vertrekkend.
Terugkeerend van hun roof was het bachanaal begonnen bij Moeke in De Kuil, waar ze ook Corry heen-sjouwden, onder bedreigingen bewaakt en voortgestompt. In dat hol werd ze wellustprooi om beurten, van al de beestkerels, die zij in haar nog half dronken bezwijming, schrik en angst, niet meer wist te onderscheiden. De wraakzuchtige meiden, na de gemeene lusten onder elkander gekoeld te hebben, tierden en raasden nu om Corry heen, om haar sneller tot bezinning te zien geraken. Nti werd ze, schreeuwden ze naar de deern,... een
Platter: pijn te doen. — Satans: vuur.