393
moeten sparen. Het leek zoo overrompelend-snel gegaan,... in één nacht van ontzinning, roof en dronkenschap.
II.
Achteraf begreep ze nü eerst de speelsche bedreiging der meiden, de liederlijke zinspelingen van hun complot. Er was een brandende smaak aan ieder woord geweest dat ze voor Corry uitstootten en aan de valsche feestelijkheid hunner uitnoodigingen. Joden Jet, ze zag het nu klaar, bleek de heimelijke aanstookster van de walgelijke overrompeling. Dat besefte ze uit de hakkelende en halfbekennende beschuldigingen van Piet, Matje's gemeenen souteneur, den Stallesgast, eerst goed. Dat vreeselijke, allervuilste wijf zou ze met het mes het hart kunnen afsteken, al kreeg ze er levenslang voor. Al maanden achtereen had ze er op geloerd, Corry dronken te maken, te bedwelmen en willig te stemmen tegenover haar schurkachtige voorstellen. Het was haar nooit gelukt. Ze had met het vlei-gif van haar tong gestoken; zich in eigen zieken wellust opgewonden; gelokt met kleeren en fonkelende waar. Ze had gelogen, beloofd en gepaaid, maar Corry bleef al haar mishandelende schanddaden koel, tergend scherp doorzien en heel haar klefferig, druk gesputter, hoonend-sarcastisch uitschateren. Corry beoordeelde haar zwendelarijen tegenover de Zeedijkmeiden rauw en ongezouten; Corry hekelde haar afzetterijen, haar gemeene geld-afpersingen en Jet's vies-fleemenden omgang met vrouwen. Joden Jet had al de misdadige trucs van haar ronsel-methode op Corry geprobeerd; de gemeenheid van haar dierlijk bedrijf toegepast,... niets hielp. Hoé zij zich ook kronkelde in slijk, in vuil, hoé zij ook joeg en aanhitste, wat ze ook in de beestachtigheid van haar gulzige hebzucht losliet over haar eigen zieke begeeren,... Corry bleef fel, vlijmend, wreed-bewust tegenover Jet's sluwe, nederig-kruipende of overrompe-lend-brutale en daemonische streken stand houden. Toén