355
— Nou? ... poekel je? ... bloedsuiger, of ik mep je op je kakel
Jet draaide bij, maakte Corry verdacht, meende heel zeker te weten dat ze al niet gaaf meer was,... dat Blonde Leendert...
— Wat?... sprong Piet op, bleek van gift.
Leendert, berekende Jet sluw, kon haar niks maken. Die
zat en kreeg stellig vijf jaar. Ze kón liegen nu ...
Jet zei niks met zekerheid te weten, maar ze ontkende al vager en bevestigde al klemmender, terwijl ze telkens voor de dronken oogen van Piet het zoo gek keerde en omwentelde, dat hij tenslotte bevestigde en zij ontkende. Toen begreep Piet ״z'n eige" niet meer, nu Jet hém vroeg hoe hij er eigenlijk achter was gekomen van Leendert en Corry.
— Daar staan ik nou stom beduusd fan,... mijmerde de boef... la ikke dè nou ja sebiet fergete sijnl
En Jet hinnikte een lachje er uit, nu ze den kerel zoo in eigen duivelsche bedenksels verward omspinde met sluwe praatjes, en slim over de lat had gezet. En weer in bezinning stoof Piet óp dat nou Leendert met Corry hokte, hij haar zou losscheuren uit zijn klauwen. Nou moest hij haar zélf hebben, dat trotsche, fiere beest van een meid, al stootte ze hem de polsen door!
— Die sel ik belet gefe,... Jet,... di sel je fan luste! ... en as ... as ... 'n stammeneé, achter 't vlot trappe,... en de meide salie... salie hellepe!
Jet zuchtte van genot. • — Ikke ... sel d'r de bangert opjage!... schreeuwde hij dreigend naar Jet.
- Joden Jet had hem begluurd. Het was Piet de lefzetter, die sprak, de kerel die nooit losliet. Om Matje gaf hij geen zier meer, vloekte hij brullend. Die vette drab zou hij in een uurtje van zich losweeken.
— Doch je... doch je... di 'k 'n salmpie ld uitsuige fan 'n palinkie?
. — Eers in de fuik hebbe,... ze is zoo travers... hitste Jet weer op.
22*