353
en ze sprak stuipachtig nerveus, toch vurig en gejaagd, alsof ze voor den rechter van instructie stond. Het sluwe intrigeeren schonk haar een rauw levensgenot en het snelle, warrelende praten en overhoop-woelen van allerlei menschen deed haar deugd. Dan zong ze en loerde, en bedelde ze weer biertjes en keek ze de wereld af in al haar geheim gebeuren. Zij, in speelhol en kleedhok ... tsja ... tsja... Zij was toch,... lachte ze naar Piet, met een gruwelijke ironie,... een ״doodfesoenlijke" besteedster, die nog nooit onder de klok had getippeld,... dat zou ze dénken. Nou moest hij eens goed de trechters spannen. Piet had haar drie jonge meisjes van even vijftien opgespoord en zij had ze afgeleverd. Toevallig waren die deerntjes van de nachtstraat, al door de zonde gebeten tot op het been. Eén uit de Zeedijkkuil,... twee van den omtrek. Zij had ze toch maar moeten bewerken, niet? Met Piet piegem alleen, zouden ze nooit meegegaan zijn.
— Ja serpent!... grauwe bliksem!... stoof Piet op, gekwetst dat zij haar meerderheid liet gevoelen.
— Hou je ketoen Piet,... waar is waar!
Toen had Jet ze afgeleverd voor een fijn prijsje, dat moest hij bekennen. Goed! Zij had Piet laten gissen waar en voor hoeveel. Maar hij had volop het bedongen loon gekregen, niet? Wat zij nou had gedaan? Doodgewoon, alleen, het moest je toch maar in de knar schieten,... en heel fijntjes gebeuren. Ze had de niessetjes, waar zoo op gewacht was en die zij had afgeleverd, dadelijk aan de politie aangegeven. Leek dat niet strak gejudast? Niet door-en-door link en brutaal? Was dat geen list en geen '-־■ kneep en geen piesecato? ... Zij,... zij ... Jode Jet... de ־ piotte in de arm ... en gefluisterd ... zoo écht... weet - je,... zoo écht-fatsoenlijk en mit bemore: Jullie zoekt kippetjes hè? ... Nou,... ikke,... ikke heb ze hoore kukkele hoor! Maar mondje dicht! Ik heb het spoor. Natuurlijk verdachten ze haar dadelijk. Maar wat gaf verdenken? Be-
Onder de klok tippelen: geslachtelijk ziek zijn. — Trechters: ooren. — Piegem: suffert, uilskuiken, lijzert. — Piot: hier: politie.