3*8
en begon voor een klein waschkommetje op ijzeren voet, het haar onder woeste roskam-rukken op te binden.
Corry groeide van stil genot. Hè, nou had ze Karel's mooien snoet graag nat gezoend. Die vent had er ״meele-die" in zijn stem als hij zong,... hè,... ze rilde ervan. Schaartje vertelde nog vurig hoe Karei Willie was bijgesprongen toen Leendert dol met het mes stond te zwaaien in den klapper en hoe hij Willie's kerel, de seroeangs van zijn bast had gedraaid. Even schrijnde een felle jaloezie in Corry, vroeg ze zich af of Karei ook van déze del hield.
Een logge, grijsharige vrouw slofte de kamer op en vroeg Matje of ze het spul kon doen. Het was Suikermops, een oude, afgebeulde slet, die nu bij de Zeedijk-jonkies uit werken ging. Schaartje bekeek met haar langwerpig en scherp toegespitst gezicht en haar gejaagd-kijkende natte oogen, de grijze werkvrouw, die twee nijdige zweren op haar dikken, breeden neus had. Suikermops ging dood-ongegeneerd met de ״sloeries" om, allen bij den voornaam noemend. Ze had omimers zélf een meid van twee honderd zestien pond in het plezierleven, een knap, zwaar mokkel van nog geen een-en-twintig jaar. Werd toch een goed spaarpotje voor de laatste dagen.
Matje was eindelijk klaar en vroeg of de dames meegingen.
— 'n Slordig affekaatje likke, bij Cobus.
Zij trakteerde. In de leege, donkere kroeg van Cobus zaten, schuins van de electrische piano, vier meiden bijeen in schellen babbel. Hun kerels,... op stap,... nu hadden zij den vrijen snater. Een vorige week waren ze aan het bakkeleien geraakt; vandaag zou de feestelijke verzoe-nings-dronk zijn. Doch de drónk had al viermaal, maar de wezenlijke verzoening nog nimmer plaats gehad.
De meiden-van-plezier trakteerden elkaar... op de lat
Cobus wist precies van de kerels hoever hij kon gaan. Koosje met haar dik-uitspringende bovenlip en zwaar-
Seroe&ngs: armen.