325
stuk schelle muziek tusschen smakte. En nou troostte ze Matje, inwendig lachend.
— Wees blij dè je die angebrande frijer kwijt bin.
— Assie... as ... sie... assie ... snikte Matje, zonder dat ze verder kon spreken van den huil.
— Soo'n krab!
— As... sie... as... sie... mijn... nou veur da doerak... Jans ... hè... ad... late... loo ... pe! Wild schold Matje door en haar oogen fonkelden als vuurtjes. Zenuwachtig bewogen keek ze naar haar naakten arm onder de smoezelige peignoir.
— Kfjk!... beet ze af, norsch,... sijn naam!
En ze viel met een wilden snik weer op haar kussen. Corry bekeek den getatoueerden schouder.
— Guns ... doe 't pijn? ... vroeg ze harteloos, koud en stekend-nuchter tegen Matje's verdriet in. Matje antwoordde niet, bleef zacht uitsnikken en toen weer droom-rig het rookerige plafond bestaren. Ieder sleepte zijn eigen beroerdigheid en als de kraai opdook kon ze nog lang genoeg grienen. Plots sprong ze weer hel-vroolijk overeind en klakte pittig de tong:
— Immesl... 'n somertewelet op de lat!... fan mijn kerel!
— 't Hafeloose ventje!... spotte Corry.
— As Jode Jet nou maar komp.
— En dat uitloopertje?
Corry wees viezig naar een vuil-blauw japonnetje, dat over een stoel lag heengefrommeld.
— Ppph!... blies Matje minachtend,... uit de tijd fan me vijf spie pir uur!
— Poerwurm!... schold Corry op den langen naakten hals van Matje, dien ze zoo ״grootschig" draaide. Corry had de laatste maanden door Joden Jet, Mooie Jo en de andere Alhambra-meisjes uit de Nes, in de nacht-café'» van de Warmoesstraat, wel andere chic gezien dan die der Zeedijkwijven. Wonderlijk snel en met fijne smaak-intuïtie had Corry slag en snit van de kleedij der rijkere vrouwen beoordeeld en voor zoover het kon met haar