De Jordaan, van Nes en Zeedijk

Titel
De Jordaan, van Nes en Zeedijk

Jaar
1914

Overig
10ed

Pagina's
495



319

Twee meiden beloerden hem vanuit een duistere keldertrap, fluisterden en vleiden, toen hij langs ze stapte.

Hij lachte grimmig. Gebeurde hem niet veel, in die buurt niet herkend te worden. Weer liep hij door, klam en rillerig van de zachte natregening, ellendig en onverschillig zich voor alles voelend. Op de Kolkbrug lawaaide vlak voor zijn voeten een lichtmatroos. Hij gilde en gierde als een bezetene. Wild omhelsde hij een lantaarnpaal en begon uitzinnig van drankrazernij te rukken. Toen greep hij de brugleuningen. Hij rolde zich in het straatvuil, beet in de straatsteenen, huilde en griende van wrok. Tusschen zijn knuisten scheurde hij, als een beest, zijn pet aan flarden onder het huilend wee van zijn dronkemansmisère. Toen, buiten de menigte en het kroeglawaai, zwaaide hij als een eenzame, weenend de stille Kolkgracht af. Karei doolde de nachtstad door, lamlendig, mijdend de menschen. Het begon heel koel te worden en zwaar te waaien. Hij voelde zich als een wraakzuchtige bedelaar voor een juweelen-winkel. Alles werd hem onthouden en van de vroolijke buurt kreeg hij een koude aalmoes toegeworpen.

Op het Oudekerksplein bleef hij dralen zonder het zelf te beseffen. Het leek om de oude, stuursche kerk en den rondgang der klappertjes en huizen zoo triestig stil. Alle pret was hier van de glazen afgeplukt. Geen menschelijk lachsnuit van een meid meer te zien. Een laag boompje, vlak voor de kerkdeur, ruischte heel zacht als een stille harp. Boven trapvormige geveltjes donkerde diep de nacht. Nu hoorde hij ook de hoogere, magere boomen van het plein boven zijn hoofd, in de stikdonkere lucht tezaam-ruischen onder een windgolf, alsof hij aan de naakte zee stond. Het geluid joeg de onrust in hem aan. Hij kon wel grienen. Nee, hij hield toch niks van de eenzaamheid, van schuilen in het kreupelhout. Telkens zag hij voor zich het gewonde en bloedende gezicht van Willie en hoe zij ineenkromp onder den messteek van haar kerel. Zou ze dood zijn? Ze had zoo droef naar hem ópgekeken. Toen dacht hij weer aan de steenbleeke vrouw, in de souteneurs-kroeg

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.