314
meid voor ״De stad Liverpool", naar een Turk die kleurige karpetjes en halsdoeken met franje, kroeg na kroeg den bezoekers aanbood. Als door een oranje vlam plots werd het gelaat der voorover-bukkende rosse meid beschenen toen, onder de goot, uit een ouden bierkelder, een vuurtje ontbrandde dat zwavelachtig-geel snel uitdoofde.
In ״Scandinavië", de danstaveern met de spookachtig groen-verlichte horretjes en het roodgloeiende kroegraam, leken uit de verte kleine vlammetjes als over donkere traptreden op en neer te loopen tusschen het verlichte gewoel der gasten. Een electrisch vuurwiel wentelde ronden-om en dobbelsteentjes, mechanisch opgeworpen, vertoonden binnen in den lichtkring telkens een nieuw gelaat van glanzende oogjes. Uit ״De stad Bremen", smalven-sterig kroeglogement met geverfde toogen en allegorisch-beschilderd gebrand glas, schoten twee meiden den schuch-teren Turk tegemoet en schepten hem met hun puntschoenen het roode calotjevan den zwart-gekroesden kop. Beschonken mariniers zwaaiden tusschen een duistere bende vrouwen uit de zijstegen dwars door het opgewonden stel rond den karpetten-koopman. Een agent, alleen in de benauwing, blies op zijn alarmhoorn. Van ״De stad Hamburg" rukten Rooie Dirk en Luuk aan en trommelden een rittenmarsch op de ruiten, sarrend tegen het lawaai van den politieman. Uit ״De stad Rotterdam", ״De City of New-York", ״De Vriendschap", ״De Roode Hand" en ״Zeemans Welvaren" dromde het volk te hoop rond den Turk en de dansende meiden. Met wilden lach en woest gebaar bestormden ze den koopman, zonder hem te raken, terwijl zijn gezicht in ontroerden angst al de spottende bewegingen der vrouwen volgde. Tot vijf agenten opdrongen met den stok en den bedreigden maar ongehaven-den Turk ontlastten van het op twist en mishandeling beluste boeventuig. Alles stoof weer ״De City of New-York", ״De stad Hamburg", ״Zeemans Welvaren" en ״De Duitsche Keizer" in, en opnieuw loeide de muziek tegen elkaar in en gloeiden de frontramen der danskroegen in hun geheimvol onderschept avondlicht.