30 4
den Zeedijk zich waagde, en de jongste dochter van de dansfurie Kee Kies, uit de Willemstraat, konden tegen de vurige en hardnekkige energie van Rooie Ant niet op.
Ook Annemie en Blonde Kee, slanke en overmoedig-jolige Jordaanmeiden, sprongen mee in den stoet. .Annemie was de buur van Dien, en Blonde Kee woonde onder Nel. Eens meegetroond door Corry naar den Zeedijk, bleek ze, na dien avond niet meer thuis te houden. Haar moeder, evenals Nel en vele Jordaan-ouders, vloekten woest op den Zeedijk, beweerden grimmig dat zij in hun jeugd nooit zoo een gemeene buurt bezochten. Maar de jonge meiden lapten alle vermaningen, afstraffingen en preeken aan hun linkerzool en stormden met vuur de vroolijke buurt in. Ze waren zoo van huis weggehold, blootshoofds, zonder zich aan den motregen te storen. Ze bleven fatsoenlijk in den brand van het gemeene en beestachtige. Ze walgden zélf van het azende gepeupel en zoo goed als de Jordaanjongens, hadden zij een saam-hoorig stel van getrouwen, dat zich fel weerde tegen het vrouwen-schorem. Meestal, ook nü, werden ze op de hielen gevolgd door sjofel gekleede zusjes van vijftien en zestien jaar, die in het geheim de broeische woonkamertjes thuis ontvlucht waren. Soms verjoegen de groo-tere meiden de kinderen die meezwierven achter hun hakken, maar telkens keerden ze lachend en tartend weer, als aanhankelijke hondjes, het pretspoor der zussen tus-schen de wemelende menigte besnuffelend en terugvindend. Na een half uur lang driftige bedreiging van waarschuwende vingers of gebalde knuisten te hebben doorstaan, overwonnen ze en stapten holder-de-bolder de diepe, lage en walmende kelders in, waar gedanst werd tegen drie cent consumptie. De plafonds, tevens vloeren van de er bóven gelegen danszalen, persten ze bijna op de kapselkruinen. Jeneverlucht, straatstof en al het dampende voetengewoel van de voorbijgangers sloegen een roodachtigen nevel over in de danskuilen, vooral bij Hen-kie, waar het jonge meisjesvolk het liefst verzameling blies.