3°3
taarn. Een verwilderd-hysterische meid in rok en jak sprong uit de hoekkroeg tusschen den stampenden en brullenden stoet op het grachtje, sloeg de armen wijd uit en draaide als een gemartelde derwisch, waanzinnig snel om eigen as. Haar brullende drankstem sloeg gillend en rauw over de muziekrazernij der danshuizen heen. Toen ze uitgetold was, viel ze met een harden smak op den rand van den wallenkant als dood neer. De donkere dragonders trapten met de rinkelsporen over het uitgeputte en bezwijmde meidenlijf heen en de dansvrou-wen joegen voort naar de Olofspoort.
Achter het Centraalstation en bezijden de bruggen, twinkelden de spoorlichten een avondpark-achtigen goudmist boven de viaducten en hooge huizen. Als in ommegangen van rossen gloed kaatsten de stationsbollen het dampende licht over de stad en de bochten van plein en kaden, en lijk doorwoelde gewelven van kleur en duisternis stonden de hooge spoorbruggen in het nachtzwart onder een si;er-achtig verspringend en geheimzinnig spel van fonkelende lijnseinen.
Van den spoorwegkant uit dromden Jordaan-meide» den Zeedijk op; enkelen in zwart en rood fluweel, dat tusschen het ruitlicht der logementjes scheemrig soms en dan weer hel opdoemde als het gewaad van een beul die somber den nacht invluchtte. Dansend en zuur etend, de armen boven het hoofd gekromd als in scherm-saluut, zwirrelden ze den Zeedijk over.
— Je gaat over de pas heen! . . . schreeuwde Trui naar Zwarte Mie.
Trui bezat, mét Corry, het sterkste dans-uithoudings-vermogen. Voor een weddenschap had ze, zonder te rusten, zes uur achtereen met een neger gerokzwaaid in ״De Duitsche Keizer". Alleen Corry had haar geslagen. Witte Na, de koffiepikster en hartsvriendin van Corry, was door Rooie Ant van avond aangehaald. Rooie Ant, de vurige waspit, genoot de reputatie van het langst links te kunnen walsen. Mooi, omdat het de buurtmeiden zoo tartend ordinair leek. Zelfs Heintje Punt, die zelden op