237
haar man en het slechte leven dat hij haar gaf. Toch bemerkte Nel een geheel nieuwe gekkigheid in haar. Zoo liet toch ieder mensch zijn staart bekijken, mijmerde zij. Had Corry nu ook niet een zwaai van moeder's aardje te pakken,... hair trots en vroegere heerschzucht? En likte Dien nu niet de malligheid van vader Scheendert? Tot Nel's verbazing deed Dien bijna niets anders dan over het Oranjehuis spreken, met zulk een opgeblazen vervoering dat zij er van in den lach sloeg. Dien's mond gaapte als een oven wanneer ze over de heerlijkheid van Juliaantje begon. Het kind was een snoesengel, om van kruin tot teen op te vreten; een baviaantje, en dót van een hinkerde-pinkie!... zonder één mankementje!
Dien's lippen vertrokken krampachtig. Ze kon niet voldoende verwén-, koester- en liefdewoordjes vinden. De koningin,... nee maar, ze sprak over haar alsof ze bij haar aan tafel at, iederen dag. Maar begon ze over den Prins, dan draaide het wit van haar dolle oogen griezelig laag door den appel en keek ze in vervoering alsof ze Onzen Lieven Heer-zélf gesproken had. En dan plots, midden in het hysterisch oogappel-draaien, stootte ze een heeschen gil uit, zweeg ze verward en ontsteld en holde weg.
Twee avonden later kwam ze Nel weer bezoeken, terwijl ze kralen en halscieraden liet rammelen en knarsen aan haar schriel lijf als de kettingen aan een veerboot. Frans zat juist schuw en ernstig met zijn vrouw te deli-bereeren of het nu niet eens tijd werd naar een zaakje om te zien. Frans meende,...
— Hou je klepper!... snauwde Nel doldriftig, omdat ze niet dulden kon dat die ״leerlap" iets eerder waagde te „meenen" dan zij meende.
— As ... as ... ikke,... stotterde hij afgebluft.
— Ikke,... ken stikke!... dichtte Nel grommend.
— Maar,... as ... as ... ikke ... ikke,... begon hij weer,___nou d'reisies 'n soortemint... fan ... fan .,.
— Wat fan? .., donderde Nel.