36
Tot ze het eindelijk in den middag triumfantelijk gevonden had.
— Schere most ie!... 'n fijn berbiers-anloopiel
Nel liet het plannen-gehuppel over haar heen-springen, want ze wist dat Dien niets anders kon doen dan plannen maken, eeuwig en altijd opnieuw, dat het eene invalletje het andere opvrat, en dat Dien's leugennatuur die bonte, afwisselende bedrijvigheid van voorstellingen een diepe behoefte bleek. Ten slotte kreeg Frans evenmin door haar bemiddeling een galanterie-zaakje als een houtkooperij en Nel was al heel blij, dat de kleinigheidjes van thee, suiker en melk, door haar schoonzuster meegebracht, échte thee, suiker en échte melk waren.
Dien snaterde den heeten middag vol in een hysterische woordwoeligheid. Heftig en geprikkeld beweerde ze, dat ze eigenlijk niets met familie te maken wou hebben; ze zinde boosaardig op haar zuster Neel Burk, met wie Dien al een half jaar kibbelde. Listig wou ze een vriendschaps-breuk bewerken tusschen Nel en Neel, maar wild sloeg Frans' vrouw de intrigeerende schermutselingen van dit gekrenkt vernuft af. Wou zoo een slobberige kaars de zón aansteken? En Nel suste het heete gesnater met een paar bruisende woorden van hartstocht. Dien krabbelde valschelijk terug, toen ze Nel's oranje-achtige, felle oogen woest zag fonkelen van verontwaardiging. Toch verbeet ze zich. Ze was jaloersch op de vriendschap van Nel voor Neel en tegelijk op die van Neel voor Nel. Bij haar schoonzuster schimpte ze op haar zuster, nerveus, opgewonden en vol kwaadaardige gehumeurdheid; en bij haar zuster maakte ze in allerlei vormen haar schoonzuster Nel verdacht. Het kwelde haar helsch dat ze tusschen de genegenheid van die twee geen wig kon drukken en een dubbele breuk veroorzaken.
Onder den uitval van Nel knipperden Dien's zenuwachtige oogen, befrommelde ze weer onrustig haar platte borst, en snel zwenkte ze met een boos praatje weer naar